Door Rhea van der Dong op 19 september 2017

Vertrekkend kabinet laat enorm gat onderwijsbegroting achter

UTRECHT, 19 september 2017 – Het demissionair kabinet vertrekt met een enorm gat op de onderwijsbegroting. Dat valt te lezen in de Rijksbegroting die vanmiddag gepresenteerd werd. Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) maakt zicht grote zorgen over dit tekort. Voor 2018 wordt het tekort gecompenseerd, maar vanaf 2019 loopt het tekort op naar 415 miljoen euro. De oplossing hiervoor wordt over de schutting van de formerende partijen gegooid. ISO-voorzitter Rhea van der Dong: “Het demissionaire kabinet stelt dat ze het land beter achterlaten dan ze het aantroffen, maar laat vervolgens wel een gigantisch tekort op de onderwijsbegroting achter. Dat is een beetje alsof je je studentenkamer na je verhuizing voor de volgende bewoner als een enorme puinhoop achterlaat.”

Studenten in het rood

Volgens het demissionair kabinet staat Nederland er sinds 2012 een stuk beter voor, maar dat geldt niet voor studenten. Dat stelt het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) bij de presentatie van de begroting op Prinsjesdag. Zij zijn er sinds 2012 juist flink op achteruit gegaan. De uitgaven voor collegegeld, kamerhuur en studiekosten nemen elk jaar toe. Tegelijkertijd is de financiële ondersteuning sinds de invoering van het leenstelsel voor studenten zonder aanvullende beurs naar nul gedaald. ISO-voorzitter Rhea van der Dong: “Volgens het demissionair kabinet staat iedereen er in Nederland beter voor, maar de begroting van studenten is juist volledig uit balans geraakt. De uitgaven blijven toenemen, terwijl de inkomsten naar nul gekelderd zijn. Op een gegeven moment is de koek op.”

Oproep formerende partijen

Het ISO richt zijn pijlen nu op de partijen die bezig zijn met het formeren van een nieuw kabinet. De studentenorganisatie roept hen op om hun beloftes na te komen en echt extra te investeren in onderwijs. Van der Dong: “Tijdens de verkiezingen hadden de formerende partijen de mond vol van wat zij allemaal voor studenten en het hoger onderwijs zouden gaan doen. Nu is het tijd om daad bij woord te voegen en te laten zien dat die beloftes aan studenten niet enkel mooie woorden waren.”