Door Simon Theeuwes op 21 januari 2016

‘Studenten willen meer zeggenschap over onderwijs’

Utrecht, 21 januari 2016 – Vandaag behandelde de Tweede Kamer de ‘Wet versterking bestuurskracht’. Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft samen met de LSVb verschillende wijzigingen bij de Tweede Kamer bepleit. Het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt is namelijk veel te mager en lijkt nauwelijks rekening te houden met de brede roep onder studenten om meer zeggenschap te krijgen over hun eigen onderwijs. Linde de Nie, voorzitter ISO: “De inspraak van studenten is sinds de jaren ’90 uitgekleed. Wij merken dat de adviezen van studenten in de praktijk voor veel bestuurders te vrijblijvend zijn. Het huidige wetsvoorstel is wat ons betreft daarom verre van compleet.”

Studenten in de medezeggenschap geven dan ook aan dat ze zich vaak niet serieus genomen voelen, blijkt uit de medezeggenschapsmonitor van 2015. Daarom heeft het ISO ingezet op een sterke uitbreiding van verschillende rechten, maar ook meer scholing en facilitering. Linde de Nie: “Wij kennen verhalen van studenten die in 4 uur per week worden geacht een College van Bestuur te controleren en adviseren. Dat kan natuurlijk nooit.”

Opleidingscommissies moeten bijvoorbeeld instemmingsrecht krijgen. Zo worden juist de studenten die het dichtst bij een opleiding zitten in staat gesteld om echt invloed te hebben. Deze studenten moeten daarom instemmingsrecht krijgen op de inhoud van het onderwijs. Zij kunnen dan meebeslissen over belangrijke besluiten. De Nie: “Zodra bestuurders instemming nodig hebben verandert de manier waarop studenten betrokken worden. Zij delen dan in feite hun macht en invloed, waardoor het onderwijs beter rekening houdt met wat studenten willen en nodig hebben.”

Ook pleit het ISO voor de invoering van student-assessoren op centraal en faculteitsniveau in het hbo. In het bestuur van faculteiten neemt dan een student plaats die adviseert over onderwijs- en studentenzaken. Linde de Nie: “Bij universiteiten is dit vaak al zo en wij merken dat studenten daardoor veel eerder en beter weten wat er op de instelling speelt. Dit is een groot gemis voor de positie van studenten op hogescholen.”

Verder zullen studenten ook veel meer te zeggen hebben over de benoeming van bestuurders. De sollicitatiecommissie moet daarom voor de helft uit studenten en docenten uit de medezeggenschap bestaan. De Nie: “Bestuurders moeten passen bij de instellingen. Draagvlak bij studenten en docenten is daarom cruciaal, niet als formaliteit wanneer er al een bestuurder is benoemd, maar echt tijdens het selectieproces.”

Tot slot hebben studenten vaak last van een achtergestelde informatiepositie ten opzichte van bestuurders. Studenten moeten daarom zelf kunnen bepalen wat voor informatie zij nodig hebben. In de praktijk bepaalt een bestuur dat nu vaak voor hen. “Onze wens is dat bestuurders straks even slikken als ze de wet lezen, en zien dat zij studenten echt serieus moeten nemen. De tijd van vrijblijvende adviezen is wat ons betreft voorbij. Studenten mogen echt wel wat vaker meebesturen. Dat verbetert namelijk de kwaliteit van onderwijs.”