Door ISO Algemeen op 07 juli 2015

Strategische agenda: tussen droom en daad 

     
Utrecht, 7 juli 2015 – Vandaag heeft minister Bussemaker de ‘Strategische Agenda hoger onderwijs en onderzoek’ gepresenteerd. In deze agenda staan de ambities waarmee de minister de komende tien jaar koers wil geven aan de hogescholen en universiteiten in Nederland. Linde de Nie, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) reageert: “De strategische agenda maakt enthousiast en nieuwsgierig. Enthousiast over uitdagender en persoonlijker onderwijs met meer aandacht voor docentkwaliteit, waarbij hoger onderwijs meer is dan rendement. Het ISO is nieuwsgierig over de weg er naar toe; hoe wordt dit plan ook echt realiteit? Tussen droom en daad bestaan grote verschillen. Het is nu aan instellingen om samen met studenten van ambities tot acties te komen. Zij zijn samen aan zet.”

Harde keuzes op instellingen  
Het is van belang om de ambities uit de strategische agenda op waarde te schatten. De Nie: “Instellingen maken uiteindelijk zelf keuzes over wat voor hen kwaliteit is. Daar moeten studenten een centrale rol in krijgen”. De veelgenoemde extra docenten zijn een mogelijkheid maar nog geen zekerheid. De strategische agenda heeft het over ‘bestedingsrichtingen’, maar de harde keuzes worden door instellingen gemaakt. Instellingen kunnen afwijken van deze bestedingsrichtingen, dat staat ook expliciet in de strategische agenda. “Het is daarom cruciaal dat studenten nog meer betrokken worden bij het gesprek over kwaliteit op de instelling.”

Betere voorbereiding docenten op geven van onderwijs         
Het ISO plaatst wel enkele vraagtekens bij de uitvoerbaarheid en implementatie van de agenda. De agenda zet bijvoorbeeld in op het aannemen van 4000 extra docenten bij hogescholen en universiteiten. Dit is ongeveer de helft van het verwachte budget voor kwaliteitsinvesteringen in het hoger onderwijs. De Nie: “Van deze extra docenten wordt veel verwacht;  bijvoorbeeld op het gebied van vernieuwende onderwijsmethoden en didactiek. Zij moeten echt anders les gaan geven. Dat gebeurt niet vanzelf”. Het ISO pleit daarom voor betere voorbereiding van docenten op het geven van onderwijs. “Als er meer docenten bijkomen, is het des te belangrijker dat zij ook in staat worden gesteld om studenten echt uit te dagen en te betrekken bij het onderwijs. Daarvoor is een uitgebreider opleidingsprogramma voor docenten in het hoger onderwijs hard nodig”, aldus De Nie.

Merkbaar voor studenten         
Het werken aan merkbaar beter onderwijs voor studenten vereist een breed gedragen actieplan op instellingsniveau. Definitieve keuzes over prioriteiten worden aan de instellingen gelaten. “We zien de strategische agenda als een goede intentieverklaring. Het is nu zaak om door te pakken en binnen universiteiten en hogescholen prioriteiten te stellen en concrete stappen te maken, in samenspraak met studenten.” Want, zoals de minister zelf ook schrijft, het moet centraal staan dat de extra middelen vanuit het leenstelsel het onderwijs voor studenten merkbaar en zichtbaar verbeteren. De Nie:  “Dat kan alleen door samen met studenten afspraken te maken over wat nodig is.”

Goede speerpunten
De speerpunten waar de minister op focust zijn onderwerpen waar het ISO al langer aandacht voor vraagt. Het ISO is dan ook verheugd over de extra inzet  voor kleinschalig en intensief onderwijs met meer persoonlijke begeleiding, een toekomstgerichte leeromgeving en investeringen in onderzoek naar hoger onderwijs. De Nie: “Deze agenda vestigt de aandacht op kwaliteit. We zullen de minister en de instellingen scherp houden om deze kwaliteit in praktijk te brengen’.”