Door Jan Sinnige op 01 juni 2017

Nog steeds weinig mbo’ers naar het hbo: herziening aanvullende beurs nodig

UTRECHT, 1 juni 2017 – De instroom van mbo’ers naar het hbo is nog altijd niet op het niveau van voor de invoering van het leenstelsel, zo blijkt uit de monitor beleidsmaatregelen 2016-2017. Dit bevestigt wederom de vrees van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en daarom pleiten zij voor grondige herziening van de aanvullende beurs.  

ISO-voorzitter Jan Sinnige: ‘Studenten moeten zich nu door een hele papierwinkel heen werken om te bewijzen dat ze recht hebben op een beurs. De staat mag best servicegerichter worden, zeker voor studenten in kwetsbare groepen, in plaats van ze te overladen met ingewikkelde formulieren.’

Vandaag kwam de beleidsmaatregelenmonitor uit waarin de ontwikkelingen en gevolgen van het leenstelsel bekeken worden. Het ISO keek met spanning uit naar de monitor 2016-2017 omdat deze een beeld geeft van het eerste volledige studiejaar sinds de invoering van het leenstelsel. Helaas blijkt de vrees van het ISO dat het leenstelsel grote drempels oplevert voor kwetsbare groepen studenten gegrond. Sinnige: ‘Minister Bussemaker zegt elke keer dat deze drempels onterecht zijn omdat de aanvullende beurs voor kwetsbare groepen bedoeld is, maar de cijfers laten zien dat dit dus niet genoeg is.’

Vooral kwetsbare groepen getroffen

Hoewel de cijfers zich iets herstellen, is de doorstroom van de mbo naar hbo nog altijd vijf procentpunt minder dan voor de invoering van het leenstelsel. De mbo-studenten die door het leenstelsel niet meer doorstuderen zijn vaak eerstegeneratiestudenten of studenten met ouders met een laag inkomen. Onder deze groep heerst een grote angst om te lenen, wat hen ervan weerhoudt de stap naar het hbo te maken.

Naast de gedaalde mbo-hbo-doorstroom blijkt ook dat het aantal studenten met een functiebeperking nog niet op het oude niveau is. Daar komt bij dat de informatievoorziening over de aanvullende beurs en andere voorzieningen nog onvoldoende is. Te veel studenten zijn niet op de hoogte van de rechten die zij hebben. Slechts 25 procent van de scholieren heeft veel kennis over de aanvullende beurs. Ook jongeren met een functiebeperking zijn slecht op de hoogte van de voorzieningen die er voor hen zijn. Het is duidelijk dat het huidige systeem niet voldoet en aan verandering toe is.

Dat is de reden om de aanvullende beurs grondig onder de loep te nemen en de systematiek te veranderen. Nu is het zo dat de bewijslast bij studenten ligt en zij de overheid actief moeten benaderen. Sinnige: ‘Als je 17 of 18 jaar bent en net je eindexamen hebt gedaan, ben je volledig op jezelf gewezen. Het is goed als de overheid daar een handje bij gaat helpen. Zeker bij kwetsbare studenten’

Studiebegeleiding is ondermaats

Tot slot benadrukt het ISO dat uit de monitor blijkt dat begeleiding van studenten onvoldoende op orde is. Slechts 53% van de studenten is tevreden over de studiebegeleiding die zij krijgen en dat is volgens het ISO een veel te laag percentage. ‘Zeker als je ziet dat de tevredenheid over studiebegeleiding de afgelopen jaren minimaal gestegen is. Juist kwetsbare groepen zijn gebaat bij goede begeleiding en daar moet nu eindelijk eens voortgang worden geboekt,’ aldus Sinnige.