Door ISO Algemeen op 05 maart 2014

Wie is verantwoordelijk voor de overgangen in het onderwijs?

Op 3 maart 2014 heeft de Onderwijsraad advies uitgebracht over de overgangen in het onderwijs. Ondanks dat de Onderwijsraad met de term overgangen geen neutralere benaming had kunnen kiezen, zijn de ‘switchers’ en ‘stapelaars’ alles behalve neutraal: “Goede overgangen besparen de samenleving kosten”.

Een foutieve keuze (te betwisten valt of je binnen onderwijs kunt spreken over fout) is daarnaast ook rampzalig voor de bijna heilige rendementsafspraken die hoger onderwijsinstellingen met het ministerie hebben gemaakt. 

Het ISO vraagt zich hardop af hoe het kan dat de problemen rond overgangen al jaren in stand kunnen blijven. Zonder een pasklaar antwoord paraat te hebben, constateert het ISO een gebrek aan regie en verantwoordelijkheid. Immers moet het hoger onderwijs roeien met de riemen die zij hebben – de studenten die zich aanmelden – en zijn zij afhankelijk van de studiekeuze van de student. Toch zijn er enkele knoppen waar de hoger onderwijsinstellingen aan kunnen draaien.

Sinds dit jaar moeten instellingen aan matching doen. Dit proces, dat als doel heeft om de juiste student op de juiste plek te krijgen, moet er aan bij gaan dragen dat de verwachtingen van de student die uiteindelijk voor een opleiding kiest, realistisch zijn. Bij opleidingen met een numerus fixus, de kleine en intensieve opleidingen en enkele opleidingen met aanvullende eisen mogen instellingen selecteren. De instelling kan zo, gebaseerd op minimaal twee criteria, hun voor- en afkeur voor de aangemelde student kenbaar maken. Wat heeft de Onderwijsraad hierop aan te merken? “Er zijn aanwijzingen dat de kwaliteit en standaardisatie van selectieproces niet altijd gewaarborgd zijn, waardoor bij overgangen willekeur en kansenongelijkheid ontstaat.”

En aan de andere kant van de schutting, in het voorbereidend onderwijs? Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) is daar het toverwoord. Gedurende de middelbare schooltijd worden de leerlingen begeleid in het uiteindelijk maken van een realistische keuze. Ook het LOB komt er bij de Onderwijsraad niet zonder kleerschuren vanaf: “Verbeter loopbaanontwikkeling en -begeleiding.”