Door Bob van Soolingen op 18 december 2018

Trouw interview: ISO-voorzitters blikken terug op 18 jaar studeren

Studiedruk – Overvolle collegezalen, schulden en stress. In minder dan twintig jaar veranderde het leven voor de Nederlandse student totaal. De huidige en een oud-studentenvertegenwoordiger leggen het studentenleven langs de meetlat.

Studiestress, een hoge studieschuld, verengelsing van het onderwijs en uitpuilende collegezalen. Het waren stuk voor stuk nog onbekende verschijnselen in het studentenleven van Kristian Valk (42). Engels hoefde hij eigenlijk nooit te spreken, zegt Valk. “We spráken vooral over internationalisering”, zegt hij. En studiestress? “Een onbekend fenomeen.”

Zo gek lang geleden is het allemaal niet. Valks studententijd viel zo rond de eeuwwisseling. In het collegejaar 1999/2000 was hij voorzitter van het Interstedelijk Studentenoverleg, de organisatie die studenten vertegenwoordigt in onder meer politiek Den Haag en bij het ministerie. Tegenover hem slaat Tom van den Brink (24), de huidige voorzitter van de studentenorganisatie, zijn benen over elkaar. “Alles is nu anders”, zegt hij beslist. Er gaat bijna geen week voorbij of Van den Brink slaat als vertegenwoordiger van de Nederlandse studenten alarm over studiedruk, te volle collegezalen en het leenstelsel.

In het kantoor van de organisatie, een historisch pand aan een Utrechtse gracht, maken de twee de balans op van de veranderingen waarmee studenten de afgelopen jaren te maken hadden. Heel wat studenten die dit jaar op hun achttiende op hogeschool of universiteit zijn begonnen, werden geboren toen Valk de voorzittershamer hanteerde. Hoe ingrijpend de wereld van studenten van kleur verschoot, wordt duidelijk als de twee over de internationalisering van het onderwijs spreken. “Het was een uitzondering als je een vak in het Engels had”, zegt Valk. “Studenten gingen mondjesmaat naar het buitenland. Ook wat instroom betreft van buitenlandse studenten, stelde het bijna niets voor.”

Van den Brink slaat zijn laptop open. Een paar cijfers: het aantal studenten op hogescholen en universiteiten verdubbelde zowat, van 475.000 tot 730.000. Ook het aantal buitenlandse studenten op de universiteiten nam een reusachtige vlucht, van 5000 (3 procent) toen tot 50.000 (21 procent) nu. De studieschuld per student groeide de afgelopen acht jaar met een derde tot zo’n kleine 15.000 euro per student. De verwachting is dat dat de komende jaren oploopt tot zo’n 21.000 euro per student.

Sluipend proces

Valk is duidelijk verbaasd als hij de cijfers hoort. “Dat is iets waarvan ik mij niet bewust was”, zegt hij over de enorme groeispurt van het aantal studenten. “Wat een toename. Dat is nogal wat.” Het is een sluipend proces geweest, concluderen Valk en Van den Brink als ze erover doorpraten. Valk: “Er waren een paar opleidingen waar je loting had, dat was het wel. Uitpuilende collegezalen had je niet. Ja, bepaalde vakken misschien, maar het was gewoon geen thema voor ons.”

Op universiteiten is het aantal studenten met 40 procent gegroeid, collegezalen zijn vaak te klein. Tegelijkertijd is het personeelsbestand lang niet in hetzelfde tempo meegegroeid. Van den Brink zucht als hij de situatie beschrijft waarmee studenten van nu te maken hebben: “Werkgroepen zijn soms met meer dan achttien studenten. Hoe kun je dan garanderen dat er genoeg aandacht voor iedereen is? Misschien dat er achttien jaar geleden al grote hoorcolleges waren, maar wij zien nu dat ook werkcolleges uitpuilen en hoorcolleges soms in bioscopen en theaters worden gehouden. Studenten moeten op de trap zitten. Dat gaat de verkeerde kant op. Denk ook aan de werkdruk onder docenten.”

Valk: “Als we het willen oplossen op de manier zoals we het altijd hebben gedaan, gaat dat niet lukken.” Valk legt uit wat hij bedoelt. “Stel dat er meer geld zou komen voor het onderwijs. Ook dan krijgt je niet zomaar 30 procent meer docenten, denk ik. We leven inmiddels in een wereld waar structureel schaarste begint te komen aan mensen. Dat ondervind ik zelf elke dag als ondernemer.”

Van den Brink: “Wil je dan dat het zo massaal blijft als nu?”

Valk: “Moet je niet anders gaan nadenken over begeleiding van studenten? Het is te gek voor woorden dat we met z’n allen op hetzelfde moment in een hoorcollege moeten zitten. Zou ict geen rol kunnen spelen in het onderwijs? Ik doe de helft van mijn zaken via een scherm. Zo werkt de wereld buiten het onderwijs inmiddels. Ik denk dat je het op een scherm beter kunt volgen dan als je achterin op de trap zit met een hoop afleiding.”

Van den Brink heeft niet een-twee-drie een antwoord op de moeilijk te hanteren studentenaantallen. De oplossing van zijn voorganger ziet hij in ieder geval niet zitten. “Interactie tussen docenten en studenten is belangrijk. Kennisdeling, blijkt ook uit onderzoek, vindt minder effectief plaats als het via een scherm gaat. Bovendien is het welzijn van studenten ook gebaat bij college in een groep. We moeten met elkaar leren, niet enkel alleen.”

In 2015 verdween de basisbeurs. Sindsdien lenen studenten steeds vaker en steeds meer geld. In totaal hebben studenten en oud-studenten met elkaar een schuld die zo’n 11,2 miljard euro bedraagt. Elk jaar wordt de schuldenberg groter. Dit alles tot afgrijzen van Van den Brink. “Lenen is standaard geworden. Daar zit mijn kritiek. Hoe bestaat het dat we als overheid en maatschappij lenen gewoon zijn gaan vinden? Het is een Amerikaans systeem aan het worden.”

Valk: “Wij bouwden vroeger als studenten een beetje studieschuld op. Daar waren we als studentenorganisatie toen al niet positief over. En daarbij: ik kan je uit eigen ervaring vertellen dat de studieschuld die je opbouwt echt impact heeft in de jaren na je studie, bijvoorbeeld toen ik een huis wilde kopen.”

Van den Brink kijkt naar Valk: “Jij zegt dat je er al last van hebt gehad, nou, bij studenten die nu afstuderen ligt de schuld nog wel eventjes een paar keer hoger.”

Valk legt uit wat hij als probleem ziet: “Schuld is iets wat je als student nog niet helemaal overziet. Als je met 20.000 euro schuld begint, ben je echt nog wel even aan het aflossen. Ik ben daar zelf te makkelijk mee omgegaan. Je merkt het als je een huis wilt kopen. Je gaat pas na verloop van tijd profijt hebben van dat hogere salaris. Als je net klaar bent met je studie, kun je het geld dat nodig is voor de aflossing nog niet missen.”

Van den Brink knikt: “Het problematische zit hem vooral in de periode waarin je afstudeert tot acht à tien jaar daarna. Wij leven in een tijd waarin je als pas afgestudeerde flexcontracten krijgt, waarin de studieschuld meetelt bij het krijgen van een hypotheek, waarin de huizenprijzen enorm omhoog gaan. Je valt als starter tussen wal en schip op dit moment. En dit alles leidt, laten we dat niet vergeten, al vóórdat mensen gaan studeren bij sommigen tot angst om te lenen en dus om te studeren.”

De druk op studenten is toegenomen, en fors ook, concluderen de twee als ze het studentenleven van toen en nu langs de meetlat leggen. Universiteiten en hogescholen krijgen door Den Haag per afgestudeerde student betaald. De druk om snel te studeren is in de loop van de jaren alleen maar verder opgevoerd. Bij sommige onderwijsinstellingen moeten studenten bijna alle studiepunten in het eerste jaar halen. Selectie voor masteropleidingen is normaal geworden.

Een ontwikkeling die Valk achttien jaar geleden al zag aankomen. “Wij vonden al dat het te veel de kant opging dat we als studenten in een keurslijf werden geduwd. In mijn tijd werd geëxperimenteerd met het bindend studieadvies. Er werd toen al gesproken om studiefinanciering om te zetten in een lening. Wij zeiden toen al: op die manier gaat het meer om de studiepunten dan om bredere ontwikkeling van studenten. Dat is alleen maar erger geworden. Wij hadden al een kortere tijd om te studeren dan eerder in de jaren negentig en tachtig. Elke keer is er de kaasschaaf overheen gegaan. En nu zitten we op het bot.”

Kantelpunt

De andere kant is er ook: studenten gaan sneller met succes door hun studie. En meer studenten gaan met succes door naar het tweede jaar omdat hogescholen en universiteiten dankzij het bindend studieadvies matig presterende studenten weg mogen sturen. Waarom zou dat slecht zijn?

Van den Brink: “We zitten nu op een kantelpunt: bindende studieadviezen, masterselectie, bachelorrendement – het is gewoon de normale gang van zaken geworden. Natuurlijk is het goed om je studie voort te zetten en om te presteren, maar ik vind het niet oké wanneer er een universiteit is die studenten in het eerste jaar afwijst, omdat ze niet alle studiepunten hebben gehaald.”

Van den Brink doelt op de Erasmus Universiteit Rotterdam, die eist dat eerstejaars alle punten halen. “Volgens mij is het niet zo dat iemand die een studie doet en één vak niet haalt later een minder goede arts of econoom kan zijn. Je moet studenten weer kansen bieden om ook te leren van hun fouten. Vertraging is nu meteen verkeerd, al was het maar omdat je meteen veel meer schulden maakt.”

Valk schudt zijn hoofd: “Het is nu echt doorgeslagen. Zonde.”

Van den Brink: “Het probleem voor studenten van nu is dat alles in één moet. Je moet én competentiegericht studeren omdat de arbeidsmarkt erom vraagt én je moet snel je studiepunten halen want elk jaar kost je ruim zevenduizend euro aan schuld. En dan heb ik sociale media nog niet eens benoemd, waar je een perfect leven moet leiden. Voor je begint op de arbeidsmarkt, moet je al een volwaardig cv hebben. De student van nu moet bij wijze van spreken een bestuursjaar hebben gedaan, drie talen spreken en een master in Hongkong hebben gedaan om een baan te krijgen.”

Valk: “Zo was het achttien jaar geleden niet. Het verenigingsleven had een bepaalde waarde op het cv. Een bestuursjaar doen en daarnaast een paar zessen hebben, dat was geen enkel probleem. Dat is veranderd. Tegelijkertijd is het steeds lastiger geworden om iets extra te doen. Daar is steeds minder ruimte voor.”

Van den Brink: “Het sijpelt door naar kleinere bedrijven. Het is niet goed om mensen zo te pushen om altijd tot het maximale te gaan. Psychische klachten onder studenten, je ziet ze in heel Europa. Dat gaat doorwerken in de arbeidsmarkt en maatschappij. Echt zorgelijk.”

Valk: “Er is niets mis mee dat studenten geprikkeld worden om een stapje extra te doen. Alleen, het staat wel in bredere maatschappelijke context. Je ziet dat veel samenkomt: huizenmarkt, internationalisering, druk om te presteren, sociale media, schulden. Ik heb al verschillende jonge mensen in mijn bedrijf gehad die met een burn-out thuis kwamen te zitten. Mensen die pas zijn afgestudeerd. Als we niks doen en we zitten over achttien jaar weer op deze plek met de opvolger van Tom, is het misschien nog wel extremer.”

Tom van den Brink en kristian valk

Tom van den Brink (24) begon in 2014 in Utrecht aan zijn studie bestuurskunde, die hij afgelopen zomer voltooide. Dit collegejaar is hij voorzitter van het Interstedelijk Studentenoverleg. Eerder was hij actief in het CDA. Na zijn middelbare school studeerde hij een jaar in de Verenigde Staten.

Kristian Valk (42) studeerde tussen 1996 en 2002 bedrijfskunde aan de Haarlem Business School en Nyenrode Business University. Ook hij bracht een collegejaar in de Verenigde Staten door. Valk werd na zijn studie ondernemer en begon diverse bedrijven, waaronder droomboeket.nl, waarbij klanten online bloemen kunnen bestellen. Sinds 2015 geeft hij leiding aan zijn bedrijf Hotelchamp, dat software ontwikkelt voor hotels.