Door Aart Claassens op 20 augustus 2014

Roosterwijziging vaak geen optie

In het akkoord over het studievoorschot dat vlak voor het zomerreces is afgesloten staat dat er op de studenten OV-kaart structureel €200 miljoen wordt bezuinigd om te kunnen investeren in het hoger onderwijs. Hiervoor zullen er echter wel in 2025 substantieel minder studenten tijdens de spits moeten reizen. In een interview met het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) heeft minister Jet Bussemaker aangegeven dat hogescholen en universiteiten hiervoor de lestijden moeten aanpassen. Een eenzijdig plan vindt het ISO. Door de toename van het aantal studenten in de afgelopen jaren zitten de meeste hoger onderwijsinstellingen bomvol. Hierdoor zijn aanpassingen in het rooster onmogelijk.

Het ISO vindt het belangrijk dat de speciaal in het leven geroepen taskforce de kans krijgt om de huidige knelpunten in kaart te brengen en hier adequate oplossingen voor te bedenken. Hierbij zal er breder moeten worden gekeken dan alleen een roosterwijziging. Er zijn vele andere opties zoals het belonen van studenten die buiten de spits reizen, digitale middelen (denk aan online colleges), specifiek studenten vervoer van het station naar de campus (goedkoper en ontlast de reguliere buslijnen), etc. Hierbij zal de onderwijskwaliteit altijd vooraan moeten blijven staan.

In haar interview met HOP sprak de minister zich daarnaast ook nog ferm uit over rendementsmaatregelen die afgelopen tijd zijn ingevoerd. Studenten hebben structuur nodig en zouden anders aan hun lot worden overgelaten, aldus de minister. In de prestatieafspraken vraagt de minister tevens om het aantal contacturen op te schroeven. Het ISO kan deze uitspraak moeilijk rijmen met het voorstel om de lesroosters van studenten nu helemaal om te gooien. Dit draagt niet bij aan de verhoging van de onderwijsintensiteit waar de minister het zo nadrukkelijk over heeft. In plaats van zich te focussen op statistieken en rendement zou de ontwikkeling van de student centraal moeten staan. Alleen zo zullen studenten leren plannen en zelfstandig taken leren uitvoeren. Vaardigheden waarvan ook de minister het belang voor de arbeidsmarkt van onderstreept.