Door ISO Algemeen op 09 oktober 2014

Notitie ISO rondetafelgesprek 8 oktober 2014

Het is alweer een aantal maanden terug dat de vier partijen VVD, PVDA, D66 en GroenLinks een akkoord hebben gesloten over een leenstelsel. Het ISO is en blijft geen voorstander van dit leenstelsel. Het ISO heeft hiervoor drie bezwaren. Allereerst komt door het leenstelsel de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op het spel te staan. Ten tweede wordt van studenten nu extra investeringen verwacht terwijl nog volstrekt onduidelijk is wat ze hier voor terugkrijgen. Ten derde staat de student nu nog te vaak niet centraal en loopt deze door bestaande knelpunten onnodige studievertraging op. Als studenten meer moeten gaan investeren dan dienen deze problemen eerst te worden opgelost.

Toegankelijkheid

De basisbeurs gaat uiteindelijk ten onder aan zijn eigen succes. Werd deze ooit nog eens ingevoerd om het studeren voor iedereen mogelijk te maken, nu wordt voorgesteld om deze weer af te schaffen door een te grote toeloop van studenten in het hoger onderwijs. Ondanks dat een meerderheid van de Kamer een onderzoek om de effecten van het huidige voorstel over het leenstelsel heeft tegengehouden, geven veel oude rapporten aan dat door de invoering van het leenstelsel het aantal studenten substantieel zal afnemen. Niet alleen de instroom vanuit het vo maar ook de doorstroom vanuit het mbo naar het hbo of vanuit het hbo naar het wo. Het ISO vindt het belangrijk dat iedere student die de capaciteit en motivatie heeft om te studeren hiervoor de ruimte krijgt. Financiële prikkels mogen hierbij geen rol spelen. Voor studenten van ouders met een laag inkomen is bekend dat leenaversie een grote rol speelt[1]. Voor het ISO is het dan ook onbegrijpelijk dat deze studenten in het nieuwe voorstel er op achteruit gaan. Dit kan de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet ten goede komen. Ook uitwonende studenten die door een functiebeperking of medische omstandigheid studievertraging oplopen gaan er €2000 op achteruit[2]. Daarnaast raken wo-studenten die nu bezig zijn met hun bachelor straks opeens voor de master de basisbeurs kwijt. De spelregels worden tijdens het spel veranderd. Dit zijn keuzes die het ISO niet zou hebben gemaakt.

Investeringen

Van studenten wordt verwacht dat zij nu meer gaan investeren in hun eigen onderwijs zonder dat ze weten wat er met het geld gaat gebeuren. De investeringen van de overheid beginnen immers pas in 2018. Een concrete invulling hiervan ontbreekt nog. Tot die tijd moeten ze het doen met een jaarlijkse €200 miljoen aan investeringen beloofd door de VH en VSNU. Ook voor deze bedragen geldt helaas dat het onduidelijk is hoe het geld precies wordt besteed en hoe dit inzichtelijk wordt gemaakt. Zeker is wel dat eerst de bezuinigingen uit het verleden op het ho moeten worden weggewerkt zoals ook in het advies van de Raad van State staat vermeld. Het ISO vindt het belangrijk dat studenten die nu extra moeten gaan betalen daar ook meteen de resultaten van zien. Dat dit nu niet mogelijk is, is voor het ISO onacceptabel. De regering vraagt studenten om geld te stoppen in een collectebus met daarop een vraagteken.

Rechten van de student[3]

Het ISO krijgt ieder jaar weer klachten van studenten die niet worden gehoord bij hun eigen instelling. Voorlichting en procedures voor studenten zijn onduidelijk waardoor studenten onnodige studievertraging oplopen. Daarom heeft het ISO gisteren met de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) en het Landelijke Studenten Rechtsbureau (LSR) een notitie uitgebracht waarin deze knelpunten worden aangekaart. Studenten die het tentamen niet mogen inzien, die door slechte procedures zich niet kunnen opgeven voor de hardheidsclausule van de BSA of die bij een klacht bij de examencommissie geen gehoor krijgen. Het zijn enkele voorbeelden die in de notitie naar voren komen. Het ISO vindt het wel belangrijk dat de student weer centraal komt te staan binnen het hoger onderwijs. Nu lopen studenten soms onnodige studievertraging op waarvoor ze straks bij invoering van een leenstelsel nog meer voor zullen moeten gaan betalen dan nu. Deze ontwikkeling is onwenselijk en zal eerst moeten worden opgelost voordat extra investeringen vanuit de student kunnen worden gevraagd.

Conclusie

Kortom het wetsvoorstel dat nu voorligt, zorgt voor een versobering van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Studenten worden nu al gevraagd om extra in het hoger onderwijs te investeren terwijl nog geheel onduidelijk is wat ze hier voor terugkrijgen. Daarnaast blijkt uit onze gisteren uitgebrachte knelpuntennotitie dat de rechten van studenten niet overal goed zijn gewaarborgd. Studenten lopen zo onnodige studievertraging op buiten hun schuld. Het wijzigen van de studiefinanciering is een ingrijpende stelselwijziging voor de student. Daarom roep ik u en uw collega’s in de Eerste Kamer op om eerst goed naar deze drie problemen te kijken voordat het ‘studievoorschot’ ter tafel komt.

[1] De studie waard (2013). SCP.

[2] Uitwonende basisbeurs voor een jaar is €3360 (280*12) – €1200 (voorstel) = €2160

[3] De student centraal, (2014). ISO, LKvV en LSR.