Door Simon Theeuwes op 19 februari 2014

Kwaliteitscultuur boven rendement?

De Review Commissie Hoger Onderwijs (RCHO) heeft haar eerste stelselrapportage over de prestatieafspraken in het hoger onderwijs uitgebracht. De trend die ze beschrijft is positief, het is echter de vraag hoeveel er al uit deze rapportage af te lezen valt: de RCHO brengt dit keer enkel in beeld waar het hoger onderwijs in 2015 zal staan wanneer de instellingen hun ambities waarmaken.

Het ISO vraagt zich af of deze positieve lijn in de prestatieafspraken wel voor studenten zichtbaar is en of er werkelijk sprake is van verbetering van de onderwijskwaliteit, of dat de instellingen zich beperken tot het snel geld verdienen door middel van het behalen van gemaakte afspraken.

In de begeleidende kamerbrief geeft minister Bussemaker aan dat zij de instellingen de ruimte wil geven om met hun afspraken in te spelen op beleidswijzigingen naar aanleiding van het nieuwe regeerakkoord. De ambitieuze inzet moet daarbij bewaard blijven, wat de onderwijskwaliteit moet doen toenemen.

Cultuuromslag nodig
Het ISO heeft al eerder aangegeven blij te zijn met de ambitie om het hoger onderwijs via onder andere de prestatieafspraken verder te verbeteren. Er moet voorbij de rendementscijfers gekeken worden. Instellingen lijken momenteel meer achter hun rendement aan te zitten, in plaats van dat er een cultuur heerst waarbij de kwaliteit van het onderwijs daadwerkelijk verbeterd wordt. Deze cultuuromslag is volgens het ISO nodig om het hoger onderwijs daadwerkelijk te kunnen verbeteren.

Het beeld dat de RCHO schetst komt redelijk overeen met de ervaringen die het ISO en de LSVb eerder hebben beschreven in het onderzoek naar de prestatieafspraken dat zij gepubliceerd hebben. Wat echter vergeten wordt, is dat veel ontwikkelingen die voort komen uit de afspraken nog niet zichtbaar zijn voor de reguliere student. Zo merken weinig studenten in het hbo iets van de Centers of Expertise en is het de vraag of kwaliteit gemeten wordt aan de hand van rendementen zoals bko’s op wo-instellingen of het aantal contacturen in het gehele hoger onderwijs.