Door ISO Algemeen op 24 juni 2014

Debat WRR-rapport aanleiding voor nieuwe onderwijsambities

Vanavond debatteerde de Tweede Kamer over het WRR-rapport van november 2013 en de kabinetsreactie daarop van februari 2014. Het heeft even op zich laten wachten maar de discussie werd er niet minder om.

Ingezet werd op de formulering van concrete ambities voor de rest van de kabinetsperiode, een toekomstfonds en een sterkere focus op onderwijs in plaats van onderzoek. Wat willen de Kamer en het Kabinet met het Hoger Onderwijs? Het ISO zet de belangrijke thema’s op een rij.

De belangrijkste inzet van het debat was de vraag of het Kabinet zich kon gaan beraden op nieuwe, concrete ambities voor de tweede helft van de Kabinetsperiode. Vooral D66 zette hier stevig op in en haalde haar eigen groeiagenda aan tijdens het debat. Andere partijen als de PvdA, VVD, GroenLinks en de ChristenUnie haakten hier bij aan, er moet meer gesproken worden over ambities en idealen. Door de partijen VVD, PvdA, ChristenUnie, SGP en D66 is voorgesteld om een toekomstfonds op te richten waar aardgasbaten naar toe vloeien. Dit geld zou dan, onder leiding van een toekomstcommissaris voornamelijk ingezet worden voor vernieuwing en innovatie. De minister-president hield het in zijn reactie af om nieuwe concrete doelen te formuleren, de eerdere beleidsreactie is volgens het Kabinet genoeg. Wel zal de minister van Onderwijs tal van thema’s oppakken na de zomer. Het ISO vindt het van essentieel belang dat de focus wordt gelegd op de kwaliteit van het onderwijs en dat studenten bij al deze ontwikkelingen nauw worden betrokken .

Verder werd er voornamelijk gesproken over de kwaliteit van het onderwijs. Vrijwel alle partijen benadrukken dat er meer gefocust moet worden op onderwijs. Er moet meer aandacht komen voor de onderwijstijd – en kwaliteit van docenten, kleinere colleges, het tegengaan van rendementsmaatregelen en leven lang leren. Daarnaast moet meer ruimte komen om vakken te volgen op verschillende niveaus zodat iedere student het beste uit zichzelf kan halen. Verder moet volgens de SP het collegegeld voor een tweede studie omlaag en moet volgens onder andere de VVD en de ChristenUnie goed gekeken worden naar de aansluiting van het onderwijs bij de arbeidsmarkt. GroenLinks en het CDA haakten hier bij aan door de vraag te stellen waartoe studenten worden opgeleid. Het ISO onderstreept het belang van hoogwaardig, flexibel onderwijs dat goed aansluit bij de steeds sneller veranderende vraag van de arbeidsmarkt.

Ook is het ISO blij te merken dat het tegengaan van rendementsdenken werd besproken. Onder andere juiste eindtermen (PVV), het tegengaan van rendementsdenken in het onderwijs (SP) en het belang van een ontwikkeling naast studie en economische groei (SGP) werden aangehaald. In de reactie van de minister van Onderwijs (Jet Bussemaker) werd duidelijk dat er op vrijwel alle punten nog actie wordt ondernomen. Na de zomer zal onder andere een wetenschapsvisie, beleid ten aanzien van toptalenten en het thema ‘leven lang leren’ worden besproken. Het ISO concludeert dat belangrijke ontwikkelingen over de kwaliteit van het hoger onderwijs vanavond zijn benoemd. Het ISO zal actief inzetten op de genoemde ambities om zo een bijdrage te leveren aan de verbetering van het hoger onderwijs en de aansluiting op de steeds sneller veranderende arbeidsmarkt. Het is gezien de genoemde kansen en ambities van essentieel belang dat studenten nauw worden betrokken bij de ontwikkelingen.

Ten slotte werden verschillende moties ingediend:

De moties van Ojik,  Slob en Samsom,  Pechtold zijn aangenomen.

De moties van Klaveren, van Haersma Buma , Klein zijn verworpen

De motie van Ojik en Pechtold is teruggetrokken.