Door ISO Algemeen op 08 november 2013

Afschaffen basisbeurs en OV-kaart slecht voor hoger onderwijs

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de kabinetsplannen rondom afschaffing van de basisbeurs en ov-studentenkaart zijn een rechtstreekse bedreiging voor de toegankelijkheid van het Hoger Onderwijs. De bewering van de politiek dat dat risico afwezig of beperkt is, is onjuist.

Naar verwachting zullen zeker 15.000 toekomstige studenten het hoger beroepsonderwijs  gaan mijden als de huidige basisbeurs wordt omgezet naar een lening. Dat aantal zal nog stijgen als daarnaast ook de ov-studentenkaart verdwijnt, waardoor studenten het reizen naar opleiding en stage zelf moeten gaan betalen.  Uit protest hier tegen rijdt vrijdag op initiatief van de studentenvakbonden LSVb en JOB een actietrein door Nederland.

Ooit was studeren een voorrecht voor een relatief kleine groep. De kentering kwam in de jaren ’70/’80 toen in de samenleving brede consensus ontstond dat hoger onderwijs toegankelijk moest zijn voor iedereen die zijn of haar capaciteiten maximaal wilde ontplooien. Daar lagen twee doelstellingen onder. Enerzijds mag sociaaleconomische afkomst geen belemmering zijn voor deelname aan hoger onderwijs. En anderzijds is het goed om een zo hoog mogelijk opgeleide bevolking te hebben. Onze toekomst lag en ligt in de kennismaatschappij. Om de gewenste toegankelijkheid te vergroten kwam er een ruimhartige studiefinanciering. Mede aangedreven door een brede democratisering van de samenleving begon het hoger onderwijs aan een imposante groei. In 1980/81 volgden 217.000 studenten een hogere beroepsopleiding. Vandaag de dag is dat aantal opgelopen tot 420.000.

Anno 2013 is sprake van een hoger onderwijs dat voor iedereen die daar de capaciteiten voor heeft, ongeacht de (sociaaleconomische) achtergrond, toegankelijk is. Dat is een groot goed, ook al heeft het huidige aantal studenten hier en daar problemen met zich meegebracht. Elk rapport over onze economische toekomst, dat de afgelopen jaren verschenen is, wijst op het belang van een hoogopgeleide bevolking. Het breed omarmde rapport van de Commissie Veerman uit 2010 over de toekomst van het hoger onderwijs, had dezelfde boodschap.

Tegen deze achtergrond spelen nu twee zaken die slecht zijn voor het hoger onderwijs. Het plan om de ‘gratis’ basisbeurs om te zetten in een lening is er daar één van. Als dat plan doorgaat zullen naar verwachting minstens 15.000 jongeren afzien van een studie in het hoger beroepsonderwijs. Domweg omdat het te duur voor hen wordt. Nu al is de gemiddelde studieschuld van een hbo-student zo’n 10.000 euro aan het einde van zijn studie. Een leenstelsel, zoals de politiek dat voor ogen heeft, zal die schuld verder opjagen. Vooral jongeren uit lagere inkomensklassen zullen hierdoor afhaken. Het hoger onderwijs roept de politiek op om naar alternatieven te kijken waardoor het hoger onderwijs voor alle jongeren toegankelijk blijft. Zo’n alternatief moet in ieder geval rekening houden met de inkomensverschillen tussen de bevolkingsgroepen en een reële financiering bieden aan degenen die dat echt nodig hebben om zo hun studie mogelijk te maken.  Het gaat daarbij niet alleen om het budget dat gemoeid is met de huidige aanvullende beurs, maar ook om het budget van de huidige basisbeurs voor deze groep studenten.

Het andere plan, de afschaffing van de ov-studentenkaart, bedreigt eveneens de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Want ook die maatregel leidt tot hogere kosten voor de student. Wat tot gevolg zal hebben dat het aantal van 15.000 studenten dat afziet van een studie in het hoger onderwijs nog verder zal groeien. Het kabinet wil de huidige ov-studentenkaart versoberen, maar wat de ondertekenaars betreft moet een student te allen tijde zijn studie en praktijkstage met een OV-kaart (bus en trein) kunnen blijven bereiken. Zodat hoger onderwijs ook anno 2013 voor iedereen toegankelijk blijft. Natuurlijk, toegankelijkheid heeft een prijs. Die prijs moeten we als samenleving willen betalen.

Michiel Steegers, voorzitter Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB)
Jorien Janssen, voorzitter Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)
Ron Bormans, voorzitter College van Bestuur Hogeschool Rotterdam
Thom de Graaf, voorzitter Vereniging Hogescholen
Ruud Nauts, voorzitter Interstedelijk Studenten Overleg (ISO)

 

Op 11 december 2011 is bekend geworden dat ook de invoering van het leenstelsel in de masterfase minimaal een jaar wordt uitgesteld. Klik hier voor meer actuele informatie.