Door Loek Zanders op 04 juni 2014

Verantwoording én verbetering door accreditatie

Op woensdag publiceerde de Universiteit Leiden een onderzoek naar het huidige accreditatiestelsel. Hoewel de deelnemers aan het onderzoek aangeven dat het huidige systeem goed functioneert, worden er enkele verbeterpunten naar voren gebracht. 

Zo geeft het onderzoek weer dat de vermindering van lasten voor instellingen en opleidingen nog niet is gerealiseerd. Dit werd uit eerdere evaluaties van onder andere de NVAO en de Onderwijsinspectie ook al geconcludeerd. Volgens het ISO is het van belang dat lasten die instellingen ervaren gemonitord worden, zodat onnodige ervaren lasten in de toekomst niet meer voor zullen komen. Voor studenten is het namelijk belangrijk dat tijd en energie die in het accreditatieproces wordt gestoken niet ten koste gaat van onderwijs.

Daarnaast concludeert het onderzoek dat de opleidingsbeoordeling vooral tot een formele beoordeling leidt, waarbij de opleiding zich verantwoordt richting de beoordelaar. Dit terwijl het vooral ook de bedoeling zou moeten zijn dat door middel van het accreditatieproces instellingen en opleidingen aan de slag gaan met het (continu) verbeteren van het onderwijs. Het is volgens het ISO voor studenten van belang dat niet alleen wordt gekeken of het onderwijs aan alle noodzakelijk voorwaarden voldoet, maar ook dat er naar aanleiding van van opmerkingen vanuit een toezichthouder verbeteringen worden doorgevoerd.

In een interview naar aanleiding van het onderzoek, stelt vice-rector Simone Buitendijk dat er een grotere nadruk moet komen te liggen op de toets die instellingen moeten doorstaan. Afzonderlijke opleidingen zouden een lichtere (en onaangekondigde) toets moeten krijgen. Het ISO is geen voorstander van het afschaffen van de huidige opleidingstoets. Instellingen bieden vaak een grote diversiteit aan opleidingen, waarvan de kwaliteit niet op instellingsniveau over één kam geschoren kan worden.