Hieronder staat informatie over de rechten en plichten van een centrale- en universiteitsraad. Mocht het antwoord op jouw vraag hier niet tussen staan, schroom dan niet om deze via het contactformulier aan de rechterkant alsnog aan ons te stellen.

De vragen en informatie over de rechten en plichten van een centrale- en universiteitsraad worden in de loop van de tijd aangevuld met nieuwe vragen die bij ons binnenkomen. Ook zullen vragen worden toegevoegd wanneer er nieuwe informatie beschikbaar komt.

 

Vragen over rechten en verantwoordelijkheden van de centrale- en universiteitsraad

Op welke informatie heb ik recht?

Een medezeggenschapsorgaan heeft recht op alle informatie die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te vervullen. Wanneer het medezeggenschapsorgaan bepaalde informatie relevant vindt maar die niet ontvangt, kan het orgaan daar nogmaals om verzoeken en staat uiteindelijk ook de weg naar de geschillencommissie open.
Aan het begin van het jaar is het instellingsbestuur verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van het instellingsbestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.
Het College van Bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. In het geval van een voorgenomen fusie op een hogeschool heeft de centrale raad recht om kennis te nemen van de opgestelde fusie-effectrapportage bedoeld in artikel 16.16a, tweede lid onder b.

Hoe vaak heb ik recht op een officiële centrale-/ universiteitsraadsvergadering?

Het instellingsbestuur moet de centrale-/ universiteitsraad minimaal twee keer per jaar in de gelegenheid stellen om de algemene gang van zaken in de onderwijsinstelling met hem te bespreken.
Daarnaast is de raad bevoegd om het instellingsbestuur ten minste twee maal per jaar uit te nodigen om het voorgenomen beleid te bespreken aan de hand van een door hem opgestelde agenda.
Ook kunnen het instellingsbestuur, de raad, de personeelsgeleding of de studentengeleding, onder opgave van redenen de raad en het college van bestuur bij elkaar laten komen.

Waar heb ik minimaal instemmingsrecht op?

Volgens de WHW heeft de centrale-/ universiteitsraad minimaal instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

– De hoofdlijnen van de begroting, voor het eerst bij de begroting van 2016;

Het instellingsplan;

– De vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg en het voorgenomen beleid in het licht van de uitkomsten van de kwaliteitsbeoordeling;

Het studentenstatuut;

– Bij een universiteit het bestuurs- en beheersreglement en bij een hogeschool het bestuursreglement;

– De keuze uit medezeggenschapsstelsels;

– Het beleid van het instellingsbestuur bij de toepassing van het profileringsfonds.

Let op! De centrale raad van een hbo-instelling heeft ook instemmingsrecht op de onderwijs- en examenregeling zoals bedoeld in art 7.13 m.u.v. lid 2a t/m 2g tenzij deze taak naar een decentrale taak is overgezet.

Ook heeft de gezamenlijke vergadering van een hbo-instelling instemmingsrecht voor een besluit tot fusie als bedoeld in art 16.16.

Waar heb ik minimaal adviesrecht op?

Volgens de WHW heeft de centrale-/ universiteitsraad minimaal adviesrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

– Aangelegenheden die het voortbestaan en de goede gang van zaken binnen de onderwijsinstelling betreffen;

De begroting, waaruit minimaal de hoogte van het instellingscollegegeld blijkt. Wanneer de minister bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) het mogelijk maakt voor onderwijsinstellingen om ook voor honourstracks een hoger collegegeld te vragen, dan moet uit de begroting ook de hoogte van dit collegegeld blijken.

– Het algemeen personeels- en benoemingsbeleid (enkel de studentengeleding);

– Het beleid ten aanzien van het instellingscollegegeld en het collegegeld (enkel de studentengeleding);

– Regeling van het instellingsbestuur ten aanzien van terugbetaling van wettelijk collegegeld (enkel de studentengeleding);

– De regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de selectiecriteria en de selectieprocedure (enkel de studentengeleding);

– De regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de criteria en de procedure voor dispensatie van betaling van het hogere collegegeld (enkel de studentengeleding);

– De regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de selectie (enkel de studentengeleding);

– De regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de studiekeuzeadviezen en –activiteiten (enkel de studentengeleding).

 

Daarnaast mag er ook altijd ongevraagd advies worden gegeven.

Op welk moment moet het instellingsbestuur de raad om advies vragen?

Het advies moet worden gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Ook moet je als raad in de gelegenheid worden gesteld om overleg met het College van Bestuur te voeren voordat het advies wordt uitgebracht.

Hoe weet ik wat het instellingsbestuur met het advies van de raad doet?

Het instellingsbestuur moet de raad zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte stellen van de wijze waarop zij aan jou advies gevolg geven.

Wat als het instellingsbestuur het advies niet of niet geheel wil volgen?

De raad wordt in de gelegenheid gesteld nader overleg met het instellingsbestuur te voeren voordat het besluit van het College van Bestuur (waarmee zij het advies dus niet of niet geheel overnemen) definitief wordt genomen.

Heb ik recht op scholing?

Ja. Het instellingsbestuur stelt de leden van de centrale/universitaire raad in de gelegenheid om scholing te ontvangen. De hoeveelheid scholing dient eerst te worden afgestemd tussen de raad en het instellingsbestuur waarbij uit wordt gegaan van wat redelijkerwijs met het oog op het medezeggenschapswerk noodzakelijk is. Het initiatief ligt hiervoor bij de (individuele) raadsleden, omdat zij immers weten welke scholing ze nog missen.

Wat zijn de verantwoordelijkheden van de raad?

– De centrale-/ universiteitsraad bevordert naar vermogen openheid, openbaarheid en onderling overleg in de onderwijsinstelling.

– De centrale-/ universiteitsraad moet jaarlijks een schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden maken en er voor zorgen dat deze voor iedereen in de onderwijsinstelling te lezen is.

– De centrale-/ universiteitsraad waakt in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en allochtonen.

Contactformulier

 

Uw email (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht