Medezeggenschap

 

Welkom op de pagina over medezeggenschap in het hoger onderwijs, die wordt beheerd door het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Dit is de pagina met alle informatie voor studenten in de Centrale en Facultaire medezeggenschap op hogescholen en universiteiten.

Op deze pagina kun je allerlei relevante informatie vinden om jouw rol als student in de medezeggenschap te versterken. Via de onderstaande kennisbank vind je informatie over onder andere je rechten en plichten. Ook kun je terugvinden waar deze rechten in de wet staan beschreven. Ook kun je informatie vinden over de medezeggenschapsmonitor. Tot slot kun je informatie vinden over een lidmaatschap van het ISO als medezeggenschapsraad of organisatie.

Vanaf September 2017 is ook de Opleidingscommissie officieel een medezeggenschapsorgaan. Via het platform opleidingscommissies.nl willen we het functioneren van de opleidingscommissies versterken. De Wet versterking bestuurskracht die op 1 september 2017 in werking treedt, vergroot de noodzaak om goed te functioneren. Opleidingscommissies krijgen dan instemmingsrecht op een aantal onderdelen van de Onderwijs- en examenregeling (OER). Door te stimuleren dat zij op dit webplatform hun waardevolle kennis en best practices met elkaar delen, bieden we opleidingscommissies de gelegenheid om zich te professionaliseren. Dit platform is een gezamenlijk initiatief van de Inspectie van het Onderwijsinspectie, het ISO en de LSVb.

In het voorjaar 2018 zal het ISO wederom een nieuwe Medezeggenschapsmonitor presenteren. In dit onderzoek wordt gekeken naar de huidige status van de medezeggenschapscultuur op alle instellingen in het Nederlandse hoger onderwijs. Hieronder staat informatie over de eerdere edities.

 

 

Blijf op de hoogte

De medezeggenschap is constant in beweging. Via onze Facebookpagina delen we relevante informatie over onderwijs en studentenleven voor medezeggenschappers en betrokken studenten.

 

 nl_kaart_iso_mz

 

Medezeggenschapsmonitor/ Dag van de Medezeggenschap

Presentatie ministerie OCW wijzigingen Wet Versterking Bestuurskracht

 

Kennisbank


Monitor

 

Medezeggenschap


 

Algemene informatie over medezeggenschap

Waarvoor dient de medezeggenschap?

Als medezeggenschapper vertegenwoordig je de belangen van (een deel van) de studenten aan je onderwijsinstelling. Medezeggenschap is verankerd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Medezeggenschappers zijn gesprekspartner van het bestuur van (een onderdeel van) de onderwijsinstelling en daarmee de horizontale verantwoording. Middels onder andere het adviesrecht en het instemmingsrecht kan de medezeggenschap invloed uitoefenen op het te voeren beleid van de onderwijsinstelling.

Welke vormen van medezeggenschap zijn er?

Medezeggenschap speelt zich af op één of meerdere niveaus. Iedere hoger onderwijsinstelling heeft ten minste een Universiteitsraad of een centrale raad. Deze raad is de gesprekspartner van het College van Bestuur.
Wanneer de onderwijsinstelling uit meer dan één faculteit of academie bestaat hebben de faculteiten een faculteitsraad of deelraad. Deze raad is de gesprekspartner van de decaan en/of het faculteitsbestuur.
De opleidingscommissie wordt vaak als medezeggenschap aangeduid maar is dit officieel niet. Leden van de opleidingscommissie worden niet gekozen middels verkiezingen en hebben een adviserende rol.

Wat is het verschil tussen een gedeelde en ongedeelde raad?

Binnen de medezeggenschap zijn twee verschillende vormen  mogelijk op zowel centraal als decentraal niveau. De medezeggenschap op decentraal niveau volgt het systeem van medezeggenschap op centraal niveau. Er wordt onderscheid gemaakt in een gedeeld en een ongedeeld systeem. Bij een gedeeld systeem zijn er twee raden voor de studentengeleding en de personeelsgeleding. Beide raden vormen samen de gezamenlijke vergadering. Bij een ongedeelde raad zijn de personeels- en studentengeleding gecombineerd in een raad en niet gescheiden.

Wijkt de medezeggenschap van een bijzondere universiteit af van andere universiteiten?

Dat is mogelijk. Bijzondere universiteiten volgen in principe de gewone regels maar het College van Bestuur van een bijzondere universiteit kan regels vaststellen, over onder andere de inrichting van de medezeggenschap, die afwijken van de regels bij andere universiteiten. Deze afwijkende regels moeten worden voorgelegd aan de minister.

Gelden voor alle universiteiten dezelfde regels?

Nee, we kennen in Nederland drie bijzondere universiteiten. Deze universiteiten kunnen andere regels rondom medezeggenschap hebben. De drie bijzondere universiteiten zijn Vrije Universiteit Amsterdam, Tilburg University en de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast mogen ook de levensbeschouwelijke Universiteiten afwijken. Dit zijn de Theologische universiteiten in Kampen en Apeldoorn en Humanistiek in Utrecht.

Staat je vraag hier niet tussen? (12)

 

Hoe centrale raden te werk gaan

Wie is de voorzitter van de raad?

De universiteitsraad moet al dan niet uit zijn midden een voorzitter kiezen en één of meerdere plaatsvervangende voorzitters. In praktijk leiden zij vaak de vergadering. Daarnaast vertegenwoordigt de voorzitter, of als deze verhinderd is een plaatsvervangende voorzitter, de raad in rechte. De voorzitter van de centrale raad wordt niet in de WHW benoemd. De procedure rondom het aanstellen van een voorzitter en zaken zoals de zittingstermijn kunnen geregeld zijn in een door de raad opgesteld reglement van huishoudelijke aard.

Hoe krijg ik een overzicht van de onderwijsinstelling waarvan ik medezeggenschapper ben?

Aan begin van het jaar is het instellingsbestuur verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van het instellingsbestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de onderwijsinstelling en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Daarnaast is er vaak ook materiaal beschikbaar als onderdeel van de overdracht van de vorige raad.

Kan ik zelf een onderwerp of voorstel agenderen bij het College van Bestuur?

Ja. Je kunt voorstellen doen en standpunten kenbaar maken. Het instellingsestuur is verplicht om binnen drie maanden een schriftelijke reactie te geven aan de raad. Ook moet het instellingsbestuur de raad in de gelegenheid stellen om minimaal één keer over dit onderwerp te spreken.

Hoe vergroot ik de kans dat mijn voorstel wordt aangenomen?

Een voorstel dient aangenomen te worden met een gewone meerderheid van de raad (>50%). Bij een ongedeelde raad, waarbij er een gelijk aantal zetels is voor studenten en medewerkers is het dus van belang om de medewerkersgeleding mee te krijgen in je voorstel. Wanneer je de personeelsgeleding tijdig betrekt bij de ontwikkeling van je voorstel kun je samen optrekken. Je voorstel kan zo mogelijk verrijkt worden door de inbreng van de personeelsgeleding of al in een vroeg stadium op steun rekenen.
Wanneer het College van Bestuur positief is over je voorstel kan hun steun een positieve effect hebben op de kans dat je voorstel in de raad wordt aangenomen. Je kunt, voordat je het voorstel in de raad indient, bij het bestuur polshoogte nemen over hoe zij over jouw onderwerp denken en kun je proberen een breed draagvlak op te bouwen. Via deze onofficiële contacten is het soms eenvoudiger om een gesprek over het voorstel te voeren en kun je werken aan een positieve reactie van het bestuur.

Hoe weet ik waarover de raad advies mag uitbrengen en waarover de raad instemmingsrecht heeft?

Het instellingsbestuur moet een reglement voor de centrale-/ universiteitsraad opstellen waarin onder andere de aangelegenheden worden vastgesteld waarover de centrale-/ universiteitsraad instemmingsrecht en advies recht hebben en wat de bevoegdheden van de faculteits-/ deelraden zijn. In de WHW zijn enkele onderwerpen vastgesteld waarover de medezeggenschap hoe dan ook instemmingsrecht of adviesrecht heeft.
Let op! Het instemmingsrecht op (een deel van) de Onderwijs en Examen reglementen (OER) rust bij de hogeschool bij de centrale raad, tenzij de taak van het College van Bestuur naar de opleidingsdirecteur is overgedragen. Bij de universiteit ligt het instemmingsrecht op de OER altijd bij de faculteitsraad.

Staat je vraag hier niet tussen? (9)

 

Hoe decentrale raden te werk gaan

Wie is de voorzitter van de raad?

De voorzitters van de deel-/ faculteitsraden worden niet in de WHW benoemd. De procedure rondom het aanstellen van een voorzitter en zaken zoals de zittingstermijn kunnen geregeld zijn in een door de raad opgesteld reglement van huishoudelijke aard of medezeggenschapsreglement.

Hoe krijg ik een overzicht van de onderwijsinstelling waarvan ik medezeggenschapper ben?

Aan begin van het jaar is het bestuur van een universitaire faculteit verplicht informatie te verstrekken aan de faculteitsraad over de samenstelling van het college van bestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. In de WHW is niet letterlijk een soortgelijke verplichting opgenomen voor decanen of raden van bestuur in het hbo. Daarnaast is er natuurlijk veel materiaal beschikbaar zoals de overdracht van de vorige raad.

Wat zijn de regels in de raad?

In de WHW is niet opgenomen dat een deel-/ faculteitsraad een reglement van huishoudelijke aard moet opstellen zoals dit wel moet in de centrale-/ universiteitsraad. Het is wel aan te raden om een dergelijk reglement op te stellen en hierin zaken op te nemen zoals de deadline dat jij de stukken voor de volgende vergadering ontvangt, in welke vorm je de stukken ontvangt, hoe de agenda tot stand komt en bijvoorbeeld hoe jij een onderwerp in kan brengen in de raad.
Wel moet het instellingsbestuur een reglement opstellen waar onder andere in wordt vastgesteld welke bevoegdheden door de faculteits-/ deelraden worden uitgeoefend.

Kan ik zelf een onderwerp of voorstel agenderen bij de decaan of het Faculteitsbestuur?

De WHW benoemt alleen voor universitaire faculteitsraden expliciet het recht om voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. De raad van Bestuur of de decaan zijn verplicht om binnen drie maanden een schriftelijke reactie te geven aan de raad. Ook moet de raad van bestuur of de decaan de faculteitsraad in de gelegenheid stellen om minimaal één keer over dit onderwerp te spreken.
In de deelraad van een hbo-instelling is het aan te raden om aan het begin van je termijn na te gaan wat de afspraken zijn wat betreft het indienen van een voorstel en het kenbaar maken van een standpunt en de wijze waarop en reactietermijn van de decaan of het bestuur.

Hoe vergroot ik de kans dat mijn voorstel wordt aangenomen?

Een voorstel dient aangenomen te worden met een gewone meerderheid van de raad (>50%). Bij een ongedeelde raad, waarbij er een gelijk aantal zetels zijn voor studenten en medewerkers is het dus van belang om de medewerkersgeleding mee te krijgen in je voorstel. Wanneer je de personeelsgeleding tijdig betrekt bij de ontwikkeling van je voorstel kun je samen optrekken. Je voorstel kan zo mogelijk verrijkt worden door de inbreng van de personeelsgeleding of al in een vroeg stadium op steun rekenen.
Wanneer de decaan of het bestuur positief is over je voorstel kan hun steun een positieve effect hebben op de kans dat je voorstel in de raad wordt aangenomen. Je kunt, voordat je het voorstel in de raad indient, bij het bestuur polshoogte nemen over hoe zij over jou onderwerp denken kun je proberen een breed draagvlak op te bouwen. Via deze onofficiële contacten is het soms eenvoudiger om een gesprek over het voorstel te voeren en kun je werken aan een positieve reactie van het bestuur of de decaan.

Staat je vraag hier niet tussen? (9)

 

Rechten en verantwoordelijkheden centrale raad

Op welke informatie heb ik recht?

Een medezeggenschapsorgaan heeft recht op alle informatie die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te vervullen. Wanneer het medezeggenschapsorgaan bepaalde informatie relevant vindt maar die niet ontvangt, kan het orgaan daar nogmaals om verzoeken en staat uiteindelijk ook de weg naar de geschillencommissie open.
Aan het begin van het jaar is het instellingsbestuur verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van het instellingsbestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.
Het College van Bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. In het geval van een voorgenomen fusie op een hogeschool heeft de centrale raad recht om kennis te nemen van de opgestelde fusie-effectrapportage bedoeld in artikel 16.16a, tweede lid onder b.

Hoe vaak heb ik recht op een officiële centrale-/ universiteitsraadsvergadering?

Het instellingsbestuur moet de centrale-/ universiteitsraad minimaal twee keer per jaar in de gelegenheid stellen om de algemene gang van zaken in de onderwijsinstelling met hem te bespreken.
Daarnaast is de raad bevoegd om het instellingsbestuur ten minste twee maal per jaar uit te nodigen om het voorgenomen beleid te bespreken aan de hand van een door hem opgestelde agenda.
Ook kunnen het instellingsbestuur, de raad, de personeelsgeleding of de studentengeleding, onder opgave van redenen de raad en het college van bestuur bij elkaar laten komen.

Waar heb ik minimaal instemmingsrecht op?

Volgens de WHW heeft de centrale-/ universiteitsraad minimaal instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

– De hoofdlijnen van de begroting, voor het eerst bij de begroting van 2016;

Het instellingsplan;

– De vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg en het voorgenomen beleid in het licht van de uitkomsten van de kwaliteitsbeoordeling;

Het studentenstatuut;

– Bij een universiteit het bestuurs- en beheersreglement en bij een hogeschool het bestuursreglement;

– De keuze uit medezeggenschapsstelsels;

– Het beleid van het instellingsbestuur bij de toepassing van het profileringsfonds.

Let op! De centrale raad van een hbo-instelling heeft ook instemmingsrecht op de onderwijs- en examenregeling zoals bedoeld in art 7.13 m.u.v. lid 2a t/m 2g tenzij deze taak naar een decentrale taak is overgezet.

Ook heeft de gezamenlijke vergadering van een hbo-instelling instemmingsrecht voor een besluit tot fusie als bedoeld in art 16.16.

Waar heb ik minimaal adviesrecht op?

Volgens de WHW heeft de centrale-/ universiteitsraad minimaal adviesrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

– Aangelegenheden die het voortbestaan en de goede gang van zaken binnen de onderwijsinstelling betreffen;

De begroting, waaruit minimaal de hoogte van het instellingscollegegeld blijkt. Wanneer de minister bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) het mogelijk maakt voor onderwijsinstellingen om ook voor honourstracks een hoger collegegeld te vragen, dan moet uit de begroting ook de hoogte van dit collegegeld blijken.

– Het algemeen personeels- en benoemingsbeleid (enkel de studentengeleding);

– Het beleid ten aanzien van het instellingscollegegeld en het collegegeld (enkel de studentengeleding);

– Regeling van het instellingsbestuur ten aanzien van terugbetaling van wettelijk collegegeld (enkel de studentengeleding);

– De regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de selectiecriteria en de selectieprocedure (enkel de studentengeleding);

– De regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de criteria en de procedure voor dispensatie van betaling van het hogere collegegeld (enkel de studentengeleding);

– De regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de selectie (enkel de studentengeleding);

– De regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de studiekeuzeadviezen en –activiteiten (enkel de studentengeleding).

 

Daarnaast mag er ook altijd ongevraagd advies worden gegeven.

Op welk moment moet het instellingsbestuur de raad om advies vragen?

Het advies moet worden gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Ook moet je als raad in de gelegenheid worden gesteld om overleg met het College van Bestuur te voeren voordat het advies wordt uitgebracht.

Staat je vraag hier niet tussen? (9)

 

Rechten en verantwoordelijkheden decentrale raad

Op welke informatie heb ik recht?

Een universitair faculteitsbestuur of decaan is verplicht om, al dan niet gevraagd, tijdig alle informatie aan de raad te verstrekken die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te vervullen.
Aan het begin van het jaar en ten minste twee maal per jaar is een universitair faculteitsbestuur of decaan verplicht informatie te verstrekken over de samenstelling van de facultaire raad van bestuur, College van Bestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.

In de WHW is niet letterlijk een soortgelijk recht op informatie voor deelraden op hbo-instellingen opgenomen.

Hoe vaak heb ik recht op een officiële deel-/ faculteitsraadvergadering?

Een universitair faculteitsbestuur of decaan moet de faculteitsraad minimaal twee keer per jaar in de gelegenheid stellen om de algemene gang van zaken in de onderwijsinstelling met hem te bespreken.
Daarnaast is de universitaire faculteitsraad bevoegd om het faculteitsbestuur of decaan ten minste twee maal per jaar uit te nodigen om het voorgenomen beleid te bespreken aan de hand van een door hem opgestelde agenda.
Ook stelt de WHW dat in het geval van een universitaire faculteit het faculteitsbestuur of decaan, de raad, de personeelsgeleding of de studentengeleding, onder opgave van redenen de faculteitsraad en het faculteitsbestuur of decaan bij elkaar kan laten komen.

In de WHW is niet letterlijk een soortgelijk recht voor deelraden op hbo instellingen opgenomen.

Waar heb ik minimaal instemmingsrecht op?

Volgens de WHW heeft de universitaire faculteitsraad minimaal instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van:

Het faculteitsreglement;

De onderwijs- en examenregeling, bedoeld in 7.13 met uitzondering van lid 2 a t/m g en v en met uitzondering van de eisen in art 7.28:4, art 7.28:5 en 7.30b:2.

Daarnaast kan een deel-/ faculteitsraad instemmingsrecht hebben op onderwerpen die het desbetreffende deel van de hogeschool of de faculteit van de universiteit in het bijzonder aangaan en over onderwerpen waar de raad van bestuur of decaan bevoegd voor zijn. Dit dient te worden opgenomen in het reglement van de Universiteitsraad.

Waar kan ik nog meer instemmingsrecht op hebben?

Een universiteitsraad kan de faculteitsraden in het reglement bevoegdheden benoemen die door de faculteitsraden worden uitgeoefend. Het antwoord is dus in dit reglement te vinden.

In de WHW is niet letterlijk een soortgelijke mogelijkheid tot het vaststellen van bevoegdheden voor deelraden op hbo instellingen opgenomen.

Waar heb ik adviesrecht op?

Een deel-/ faculteitsraad kan adviesrecht hebben op onderwerpen die het desbetreffende deel van de hogeschool of de faculteit van de universiteit in het bijzonder aangaan en over onderwerpen waar de raad van bestuur of decaan bevoegd voor zijn.

Daarnaast kan het zijn dat er andere onderwerpen zijn waarover je adviesrecht hebt. Dit dient te worden opgenomen in het reglement van de centrale medezeggenschapsraad/universiteitsraad.

Staat je vraag hier niet tussen? (7)

 

Een geschil met het instellingsbestuur

Wat als het instellingsbestuur, faculteitsbestuur of decaan mijn advies niet opvolgt?

Het instellingsbestuur zorgt er voor dat de raad dan in de gelegenheid wordt gesteld om nader overleg te voeren voordat de beslissing definitief wordt genomen.

De raad heeft niet ingestemd op een onderwerp waar de raad instemmingsrecht op heeft, wat nu?

Het bestuur heeft de raad verzocht om in te stemmen en dat heeft de raad niet gedaan. Het bestuur kan er voor kiezen om het plan dusdanig aan te passen dat het wel op instemming van de raad kan rekenen. Ook kunnen ze het plan terugtrekken of om bemiddeling vragen bij een hogere instanties (voor een deel/faculteitsraad is dit het instellingsbestuur, voor de centrale-/ universiteitsraad de raad van toezicht.

Bemiddeling heeft geen oplossing gebracht, wat nu?

Wanneer de bemiddeling geen oplossing brengt, kan het bestuur een geschil aanspannen. Dit gaat middels een verzoekschrift bij de Landelijke Commissie Geschillen Hoger Onderwijs.

Wie bepaalt of je naar de geschillencommissie stapt?

Bij het toch willen doorzetten van een plan waar de medezeggenschapsraad instemmingsrecht op heeft, maar dit niet heeft gegeven, is het aan het bestuur om een geschil aan te spannen.

Wat toetst de geschillencommissie?

De geschillencommissie toetst enkel de feiten.

Staat je vraag hier niet tussen? (9)

 

Veranderingen WVB (benoemingsprocedure)

 

Wie benoemt momenteel de leden van het College van Bestuur?

Momenteel benoemt de Raad van Toezicht een sollicitatiecommissie voor de voordracht van een nieuw lid van het College van Bestuur. Studenten en docenten uit de medezeggenschap mogen de aankomend bestuurder spreken en een advies uitbrengen. De Raad van Toezicht stelt formeel een nieuwe bestuurder aan.

Wie benoemt na inwerkingtreding nieuwe wet de leden van het College van Bestuur?

  • De sollicitatiecommissie die is aangesteld door de Raad van Toezicht bestaat minimaal uit één docent en één student, daarnaast hebben studenten en docenten invloed op het profiel van de bestuurder.
  • Studenten en docenten uit de medezeggenschap mogen de aankomende bestuurder spreken en een advies uitbrengen.
  • De Raad van Toezicht geeft het formele besluit voor het benoemen van bestuurders.

Veranderingen WVB  (opleidingscommissie)

 

Worden opleidingscommissies sterker door de WVB?

De opleidingscommissies worden met de Wet Versterking Bestuurskracht formele medezeggenschap met meer formele rechten. Hierdoor heeft de OC een stevigere positie en een belangrijkere rol gekregen.

Welke inspraakrechten krijgt de Opleidingscommissie?

  • De opleidingscommissie (OC) krijgt met de nieuwe wet ‘recht van instemmen’ op de vormgeving van het onderwijs. De OC krijgt instemmingsrecht ten aanzien van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, met uitzondering van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, onder a, f, h tot en met u en x, en met uitzondering van de eisen, bedoeld in de artikelen 7.28, vierde en vijfde lid, en 7.30b, tweede lid. Voorheen had de OC slechts ‘de mogelijkheid om advies te geven’.
  • De OC krijgt instemmingsrecht op de manier van evalueren van het onderwijs
  • De OC krijgt recht op informatie, waarvan de OC zelf vindt dat zij die informatie nodig heeft.
  • De OC krijgt recht op initiatief. Dit betekent dat de directeur van de opleiding binnen twee maanden moet reageren op het initiatief van de OC.
  • De OC krijgt het recht om de decaan of het opleidingsbestuur minimaal twee keer per jaar ter verantwoording te roepen om het voorgenomen beleid te bespreken.

Wat betekent de formalisering van de Opleidingscommissie?

  • Leden van de opleidingscommissies worden voortaan door verkiezingen verkozen en niet langer alleen door de opleidingsdirecteur.
  • Bij evenveel kandidaten als plaatsen vinden geen verkiezingen plaats.
  • Soms zijn verkiezingen niet het beste middel. De faculteitsraad bepaalt eventueel een uitzondering, waardoor verkiezingen niet plaatsvinden.

Veranderingen WVB (overig)

 

Wat verandert er met het collegegeld tijdens een bestuursjaar?

Momenteel moeten studenten die een bestuursjaar doen bij bijvoorbeeld een studievereniging ingeschreven blijven staan bij hun instelling. Dit betekent dat studentbestuurders in dat jaar gewoon collegegeld moeten betalen, terwijl zij niet studeren. Met de Wet Versterking Bestuurskracht wordt het voor instellingen mogelijk om studenten die een full-time bestuursjaar doen, vrij te stellen van collegegeld en daarbij hun recht op de OV-studentenkaart behouden.

Verandert er iets voor assessoren?

Momenteel zijn er weinig studenten die op decentraal/facultair niveau die meepraten in het bestuur op hbo-instellingen. Er zullen door de nieuwe wet bijna overal studentassessoren op decentraal niveau komen.

Wat verandert er aan informatievoorziening?

De gehele medezeggenschap beslist in de nieuwe wet zelf welke informatie zij nodig hebben. Momenteel ligt die keuze nog bij het bestuur.

Wat gebeurt er met de geldigheidsduur van tentamens?

Momenteel wordt de geldigheid van tentamens zonder randvoorwaarden bepaald door de opleiding. Na invoering van de WVB zal de geldigheidsduur van tentamen alleen op basis van kennisveroudering mogen worden verkort.

Wanneer gaat de nieuwe Wet Versterking Bestuurskracht van kracht?

De WVB is ingestemd door de Tweede Kamer. Eind mei/begin juni wordt deze behandeld in de Eerste Kamer. De verwachting is dat het grootste deel voor september 2016 kan worden geïmplementeerd. Echter zal naar waarschijnlijkheid het onderdeel van de opleidingscommissies en de studentassessoren door haar complexiteit pas in 2017 worden ingevoerd.

Disclaimer

Hoewel het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) zorgvuldigheid in acht neemt bij het samenstellen en onderhouden van deze website en daarbij gebruik maakt van bronnen die betrouwbaar geacht worden, kan het niet instaan voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de geboden informatie. Er kunnen geen rechten aan de informatie op deze website worden ontleend.