Studiefinanciering

Veelgestelde Vragen Studiefinanciering

Hieronder worden de tien meest gestelde vragen over studiefinanciering beantwoord.

1. Mijn ouder(s) werk(t)(en) niet mee, hoe kan ik ervoor zorgen dat ik toch een aanvullende beurs kan krijgen bij de IBG?
2. Hoe hoog is de ouderlijke bijdrage?
3. Wat zijn de voorwaarden op het recht op studiefinanciering en hoelang heb je recht op studiefinanciering?
4. Ik ben mijn OV-studentenkaart kwijt geraakt wat moet ik doen?
5. Ik heb mijn OV studentenkaart te laat ingeleverd en heb nu een boete van de IBG gekregen, wat kan ik nu hiertegen doen?
6. Hoelang heb ik recht op studiefinanciering en hoe zit het met de studieschuld?
7. Ik ben financieel niet in staat om mijn studieschuld terug te betalen, wat nu?
8. Wanneer kan er aanspraak worden gemaakt op de hardheidsclausule?
9. Wat is de koppelingswet?
10. Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met een beslissing van de IBG?
11. Een student heeft zijn adres bij de gemeente 'hersteld'. Vanaf wanneer mag hij een uitwonende beurs?
12. Wat zijn fianciële consequenties van het sanctiebeleid voor iemand die in het kader van een stage een aantal maanden op zee verblijft?
13. Wat te doen als de gemeente niet meewerkt?
14. Mag een zeevarende studerende een verklaring van de rederij/ onderwijsinstelling gebruiken als bewijs dat hij uitwonend was in die periode?
15 . Wat moet de klant doen als hij het lesgeld niet kan betalen?
16. Moet de OV-prestatiekaart die de student gebruikt tijdens de leenfase altijd worden terugbetaald?
17. Naar welk adres sturen we de brieven met betrekking tot het Sanctiebeleid?
18. Verandert er iets in het recht op studiefinanciering met de invoering van het bachelor-masterstelsel?
19. Klant kan niet met terugwerkendekracht zijn adres in het GBA wijzigen. Heeft dit nadelige gevolgen?

Antwoorden

1. Mijn ouder(s) werk(t)(en) niet mee, hoe kan ik ervoor zorgen dat ik toch een aanvullende beurs kan krijgen bij de IBG?
Wat je in dit geval het beste kunt doen is bij de IBG een beroep doen op de  regeling weigerachtige ouders. Dit doe je door bij de IBG een folder "Je ouders werken niet mee, hoe je toch een aanvullende beurs kunt krijgen", op te halen met daarbij een formulier. Dit formulier kun je invullen en samen met de nodige bewijsstukken, naar de IBG opsturen. Op grond van deze informatie kan de IBG de gegevens van je  ouders direct bij de belastingdienst opvragen. Op deze wijze kan er toch voor jou een aanvullende beurs worden berekend.

2. Hoe hoog is de ouderlijke bijdrage?
De studiefinanciering is zo opgebouwd dat de overheid als je gaat studeren je in principe een basisbeurs verstrekt en een ov-jaarkaart. Wanneer je uitwonend bent kun je een uitwonende beurs ontvangen. De overheid betaalt echter niet alles. Zij verwacht dat u als ouder meebetaalt aan de studie van het kind. De bijdrage kan bestaan uit geld of andere vorm. Als je ouders niet (volledig) kunnen meebetalen kun je een aanvullende beurs aanvragen. Deze komt dan bovenop de basisbeurs.
De IB-groep berekend een veronderstelde ouderlijke bijdrage. Het is niet zo dat de ouders wettelijk verplicht zijn om dit bedrag daadwerkelijk te betalen, ze zijn dit hoogstens moreel verplicht. Indien je ouders dus weigerachtig zijn de ouderlijke bijdrage te betalen, kun je proberen een aanvullende beurs te krijgen.

3. Wat zijn de voorwaarden op het recht op studiefinanciering en hoelang heb je recht op studiefinanciering?
Om aanspraak te kunnen maken op studiefinanciering gelden een aantal voorwaarden. Als eerste moet de studerende de Nederlandse nationaliteit hebben. Hier zijn echter wel uitzonderingen op mogelijk. (Zie voor individuele gevallen de algemene info over studiefinanciering)
Iedereen die begint met een opleiding aan HBO of universiteit en jonger is dan 30 jaar kan studiefinanciering krijgen, er is geen ondergrens. 
Indien een student aan het hoger onderwijs een voltijd opleiding gaat volgen, komt deze alleen voor studiefinanciering in aanmerking, indien die bekostigde onderwijsinstelling in de bijlage van de WHW is opgenomen. Dit is de derde voorwaarde.

4. Ik ben mijn OV-studentenkaart kwijt geraakt wat moet ik doen?
Wanneer je OV-studentenkaart gestolen is, moet je bij de politie proces verbaal laten opmaken. Je hebt een kopie van dit verbaal nodig om een vervangende kaart te bestellen. Voor een nieuwe kaart die wel van dezelfde soort is als de oude, moet je op het postkantoor een formulier “Wijziging OV-studentenkaart (WO)” halen. Dit formulier lever je samen met de kopie van het proces verbaal en 31,76 euro weer in op het postkantoor. De nieuwe OV-studentenkaart ligt dan binnen 10 werkdagen gereed op het postkantoor. Je krijgt een afhaalbericht.
Ook wanneer je je OV-studentenkaart hebt verloren, heb je het formulier “Wijziging OV-studentenkaart (WO)” nodig. Als je dit formulier hebt ingevuld, kun je op het politiebureau een stempel krijgen. De procedure verloopt voor de rest net zoals bij het gestolen kaart.

5. Ik heb mijn OV studentenkaart te laat ingeleverd en heb nu een boete van de IBG gekregen, wat kan ik nu hiertegen doen?
Art. 3.27 van de Wet op studiefinanciering 2000 gaat over de tijdige inleverplicht. De OV-studentenkaart dient volgens dit artikel, uiterlijk op de vijfde werkdag ingeleverd worden nadat zijn recht op studiefinanciering is beëindigd. Lid 4 van dit artikel geeft aan dat deze regel niet van toepassing is, indien jij aantoont dat het niet tijdig inleveren jou op geen enkele wijze kan worden toegerekend. Bewijslast rust op jou als student. Er zijn zaken bekend waar geen verwijt kon worden gemaakt aan de kaarthouder. Het ging hier derhalve om studerenden die om medische redenen met terugwerkende kracht werden uitgeschreven in verband met een plotselinge ziekenhuisopname.
Kortom de vraag waar het om draait is wat er dient te worden verstaan onder 'op de vijfde dag na het bekend worden van de uitslag van het examen'. Indien de onderwijsinstelling de uitslag niet formeel middels een afschrift heeft gemeld, kan ervoor worden gepleit dat jou geen verwijt kan worden gemaakt dat je de OV studentenkaart niet op tijd hebt ingeleverd. Immers de tijd van bekendmaking is dus niet duidelijk vast te stellen. Dit kan dan ook in je voordeel werken, omdat je niet op de hoogte bent gesteld van de uitslag, zodat je je ook niet kon uitschrijven. Op deze manier is jou natuurlijk geen verwijt te maken. Je kunt dus een bezwaarschrift schrijven aan de IB-groep waarin je stelt dat je het niet eens bent met hun besluit. Dit moet je binnen 6 weken doen.

6. Hoelang heb ik recht op studiefinanciering en hoe zit het met de studieschuld?
Je hebt slechts recht op 4 jaar studiefinanciering, die wordt omgezet in een gift. Vervolgens kun je nog 3 jaar lenen bij de IB-Groep. Die lening moet je wel terug betalen. De IB-Groep stuurt je altijd een bericht als je recht op studiefinanciering, die omgezet wordt in gift, bijna is verlopen. Daarna kun je er zelf voor kiezen of je wilt lenen en hoeveel je per maand wilt lenen. Indien je niet wilt lenen en toch je OV wilt behouden kun je een €0,- lening aanvragen. In dat geval kun je gewoon je OV studentenkaart blijven behouden ondanks dat je niet leent. Als je wel over gaat tot een lening dan moet je dit aan het einde van de rit terug betalen.
De terugbetalingsperiode vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat je niet meer studerende bent. Deze terugbetalingsperiode bestaat uit een aanloopfase en een aflosfase. De aanloopfase beslaat de eerste 2 kalenderjaren na de aanvang van de terugbetalingsperiode. In deze periode bestaat er geen verplichting tot terugbetaling. Hierna begint de aflosfase, waarin je moet gaan aflossen. De hoogte van de maandelijks af te lossen bedrag wordt door de IBG bepaald.

7. Ik ben financieel niet in staat om mijn studieschuld terug te betalen, wat nu?
Als u aflossingsproblemen hebt, kunt u draagkrachtmeting aanvragen. Aan de hand van uw inkomen wordt dan gekeken hoeveel u kunt betalen. Dat kan minder zijn dan het in eerste instantie vastgestelde maandbedrag. Als u in aanmerking wilt komen voor verlaging van het maandbedrag moet u draagkrachtmeting op tijd aanvragen. Houd er rekening mee dat een lager maandbedrag niet over verstreken maanden wordt vastgesteld. Voor een tijdige verwerking van een aanvraag voor een volgend jaar is het raadzaam al voor 1 oktober aan te vragen.Als het maandbedrag al voor 1 juni door draagkrachtmeting verlaagd was, hoeft u voor het volgende jaar geen draagkrachtmeting meer aan te vragen. De IB-Groep zal dan automatisch uw inkomen opvragen bij de Belastingdienst.

8. Wanneer kan er aanspraak worden gemaakt op de hardheidsclausule?
De ouders zijn totdat hun kind de eenentwintigste leeftijd heeft bereikt wettelijk verplicht om bij te dragen in de kosten van studie en levensonderhoud. Indien je in de problemen bent vanwege niet betalende ouders kun je bij de rechtbank een verzoek indienen om vast te laten leggen wat de betalingsverplichting van je ouders is. Dit kan dus tot je eenentwintig bent.
In zeer uitzonderlijke gevallen is een beroep op de hardheidsclausule mogelijk indien je ouders weigeren te betalen. De studiefinanciering van wordt dan onafhankelijk van je het inkomen van de weigerachtige ouder berekent. Je wordt dan in feite 'losgekoppeld' van je ouders. Een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule wordt in principe enkel op grond van een aantal redenen gehonoreerd. De volgende redenen zijn in het beleid omschreven:

  • Geen contact met je ouder(s) sinds je twaalf was.
  • Je bent niet door je vader erkent
  • Weigerachtigheid bij een ernstig conflict tussen ouder en studerende etc.

Indien je denkt dat je in aanmerking komt voor toepassing van de hardheidsclausule kun je een verzoek indienen bij de IB-groep.

9. Wat is de koppelingswet?
19 November 2002 is in de tweede kamer beslist dat de koppelingswet in zal gaan op 1 April 2003. Deze wet, waarin de gemeentelijke basisadministratie (GBA) gekoppeld zal worden aan de administratie van de IB-Groep, zou aanvankelijk per 1 december 2002 in werking worden gesteld.

Als de student niet of onjuist bij de gemeente staat ingeschreven verliest hij met terugwerkende kracht het recht op uitwonende beurs. In december hebben de eerste controles plaatsgevonden, maar daar staat geen sanctie op. In februari / maart heeft er nogmaals een controle plaatsgevonden waarbij een verkeerde inschrijving eveneens onbestraft is gebleven. Wel hebben de studenten waarbij de inschrijving in de GBA niet overeenkomt met die van de IB-Groep een brief thuis gekregen waarin ze werden verzocht de inschrijving in orde te maken. De student krijgt dan 4 weken de tijd om de inschrijving in orde te maken. Anders wordt een sanctie opgelegd.

Begin juli 2003 hebben de eerste echte controles plaatsgevonden. Wanneer bij deze controles blijkt dat de student verkeerd staat ingeschreven, verliest hij het recht op uitwonende beurs. Dit recht verliest de student dan met terugwerkende kracht tot 1 april 2003 . Een student die in juli de sanctie krijgt opgelegd moet dus de uitwonende beurs terugbetalen over de maanden april, mei, juni en juli. Over deze maanden had de student slechts een thuiswonende beurs mogen ontvangen.

De koppelingswet geldt voor studenten die in september 2002 (of later) voor het eerst studiefinanciering hebben aangevraagd. Studenten die al langer studiefinanciering hebben ontvangen lopen geen risico. Wel wordt hen dringend gevraagd de inschrijving bij de gemeente in orde te maken.

De uitwonende-controle, die nu nog op een zeer vrijblijvende manier plaatsvindt, zal in de nabije toekomst ook via een bestandsvergelijking van de GBA en IBG gaan lopen. Wanneer dus het adres waarop je in de GBA staat ingeschreven hetzelfde is als het adres van de ouders kun je een brief van de IBG verwachten met het verzoek je correct in te schrijven. Dit geldt niet alleen voor eerstejaars, maar voor alle studenten. Wanneer de uitwonende-controle precies op deze wijze uitgevoerd gaat worden is nog niet duidelijk.

10. Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met een beslissing van de IBG?
Tegen iedere beslissing van de IBG. kan je bezwaar aantekenen. De termijn waarbinnen dit dient te gebeuren is 6 weken na dagtekening van het bericht. Sommige beslissingen komen zo vaak voor dat hiertegen standaard bezwaarschriften zijn opgemaakt. Deze kun je op het regiokantoor ophalen. In het bezwaarschrift moet duidelijk worden aangegeven dat men bezwaar maakt en waarom men het niet eens is met de beslissing van de IBG. Hierbij moeten ook bewijsstukken worden overgelegd. De IBG moet naar aanleiding van het bezwaarschrift een beslissing nemen die op schrift is gesteld.
Wanneer een student het niet eens is met de beslissing op zijn bezwaarschrift, dan kan hij in beroep gaan. Dit kun je doen bij een arrondissementsrechtbank. Het beroep moet wel schriftelijk gebeuren en kost € 39,00. Indien je in het gelijk wordt gesteld kun je dit bedrag terug krijgen. Dit staat dan in de beslissing op het beroepschrift.

11. Een student heeft zijn adres bij de gemeente 'hersteld'. Vanaf wanneer mag hij een uitwonende beurs?
Het woonadres moet in het studiefinanciering-systeem overeenkomen met het GBA-adres. De woonsituatie mag hersteld worden met ingang van de maand volgend op de maand waarin de adressen in het studiefinancieringsysteem gelijk zijn geworden.

12. Wat zijn fianciële consequenties van het sanctiebeleid voor iemand die in het kader van een stage een aantal maanden op zee verblijft?
Geen. Studenten die een beperkt aantal maanden (op zee) stagelopen zullen geen financiële hinder ondervinden. Het sanctiebeleid wordt niet op hen toegepast. De student moet samen met het formulier Verzoek uitzondering controle woonadres een verklaring van de gemeente inleveren waarin zij weigert de klant op het tijdelijke adres in te schrijven en een verklaring van de onderwijsinstelling waaruit de duur van de stageperiode en de stageplaats blijkt.

13. Wat te doen als de gemeente niet meewerkt?
De inschrijving door de gemeente is een officieel besluit. Hiermee rust op de gemeente de verplichting om bij het niet of gedeeltelijk anders inschrijven (dan de studerende wenst) een beschikking af te geven. Dit is dan de beschikking waarin de gemeente aangeeft dat de betreffende persoon niet op het door hem gewenste adres kan worden ingeschreven. Als een gemeente weigert om deze studerende in te schrijven, en ook geen beschikking wenst af te geven, kan bezwaar aangetekend worden bij de gemeente. Dat is de weg, die de studerende helaas moet bewandelen. De student moet samen met het formulier Verzoek uitzondering controle woonadres een verklaring van de gemeente inleveren waarin zij weigert de klant op het tijdelijke adres in te schrijven en een verklaring van de onderwijsinstelling waaruit de duur van de stageperiode en de stageplaats blijkt.

14. Mag een zeevarende studerende een verklaring van de rederij/ onderwijsinstelling gebruiken als bewijs dat hij uitwonend was in die periode?
Ja.

15 . Wat moet de klant doen als hij het lesgeld niet kan betalen?
Als een lesgeldplichtige aangeeft het lesgeld niet te kunnen betalen, zijn er wellicht nog mogelijkheden voor een tegemoetkoming. Welke mogelijkheden er inzake lesgeld zijn, is o.a. afhankelijk van de leeftijd en de schoolsoort van de leerling. Daarnaast is het inkomen van de ouders van wezenlijk belang. We onderscheiden de volgende mogelijkheden:

a. Als de leerling op 1 juli 2004 jonger dan 18 jaar is én voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs volgt, kan de wettelijk vertegenwoordiger tegemoetkoming ouders aanvragen;
b. Als de leerling op 1 juli 2004 18 jaar of ouder is én voortgezet onderwijs volgt, kan hij zelf een tegemoetkoming scholieren aanvragen met een aanvullende toelage (hierin zit een vergoeding voorhet lesgeld);
c. Als de leerling op 1 juli 2004 18 jaar of ouder is en beroepsonderwijs (BOL) volgt, kan hij studiefinanciering met een aanvullende beurs aanvragen (hierin zit een vergoeding voor het lesgeld).

16. Moet de OV-prestatiekaart die de student gebruikt tijdens de leenfase altijd worden terugbetaald?
Nee, als de student een diploma haalt worden de prestatiebeurs én de prestatiekaart omgezet in een gift. Van de prestatiebeurs wordt het aantal maanden omgezet in een gift (dus ook bij een 2-jarige studie). De maximale duur van de prestatiekaart is namelijk 36 maanden langer dan de prestatiebeurs. Zo is bij een 4-jarige studie de prestatieduur vier jaar en de prestatiekaartduur zeven jaar.

17. Naar welk adres sturen we de brieven met betrekking tot het Sanctiebeleid?
De vooraankondigingsbrief wordt zowel naar het post-adres als het GBA-adres gestuurd.

18. Verandert er iets in het recht op studiefinanciering met de invoering van het bachelor-masterstelsel?
Nee, de student krijgt alleen de mogelijkheid om al na de bachelorfase in het WO, de prestatiebeurs voor al die jaren om te zetten in een eventuele gift als hij niet verder wil studeren.

19. Klant kan niet met terugwerkendekracht zijn adres in het GBA wijzigen. Heeft dit nadelige gevolgen?
Nee. Als de klant er voor zorgt dat het GBA adres gelijk wordt aan het WSF woonadres, voordat er een sanctie wordt opgelegd, is er niets aan de hand. De ingangsdatum van het GBA adres is dan niet belang

  
Disclaimer
Copyright 2007 ISO

Login