Veelgestelde Vragen Onderwijsrecht
Hieronder worden de tien meeste gestelde vragen over Onderwijsrecht beantwoord.
1. Kan een onderwijsinstelling een bepaalde opleiding niet meer aanbieden als er nog wel studenten voor deze opleiding staan ingeschreven?
2. Wat is het College van Beroep voor de Examens?
3. Wat is het negatief bindend studie-advies (BSA)?
4. Wat zijn de algemene toelatingseisen voor een universiteit en een hogeschool?
5. Is een stage-overeenkomst een arbeidsovereenkomst?
6. Heeft een student recht op een stagevergoeding?
7. Moet een student belasting betalen over zijn stagevergoeding?
8. In welke gevallen kan de inschrijving aan een onderwijsinstelling worden beëindigd?
9. Bachelor of master?
10. Wat is de onderwijs- en examenregeling?
Antwoorden
1. Kan een onderwijsinstelling een bepaalde opleiding niet meer aanbieden als er nog wel studenten voor deze opleiding staan ingeschreven?
Als de instelling jarenlang een opleidingsvariant aanbiedt, is deze er ook verantwoordelijk voor dat de studenten die voor deze richting gekozen hebben, de opleiding kunnen afronden. Als student heb je het recht om de tentamens en examens af te leggen van de opleiding waarvoor je staat ingeschreven. Ook mag het instellingsbestuur een opleiding niet beëindigen zonder dat de voor die opleiding ingeschreven studenten de opleiding aan dezelfde of aan een andere instelling binnen een redelijke termijn kunnen voltooien.
2. Wat is het College van Beroep voor de Examens?
Elke instelling kent een College van Beroep voor de Examens. Bij dat college kan een student beroep instellen tegen ondermeer examen- of tentamenbeslissingen, het bindend studie-advies, de verwijzingsbeslissing, beslissingen omtrent studievoortgang, beslissingen omtrent vrijstellingen, etc. De Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) maakt het thans mogelijk dat per instelling ook andere, in het studentenstatuut geregelde onderwerpen van geschil door een beroepsprocedure bij het College van Beroep voor de Examens kunnen worden bestreken. Deze mogelijkheid is afhankelijk van de regeling van het studentenstatuut, dat door het instellingsbestuur niet kan worden vastgesteld dan na overleg met de studentengeleding.
3. Wat is het negatief bindend studie-advies (BSA)?
Het instellingsbestuur van een universiteit kan na het eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase advies uitbrengen over de voortzetting van de studie van een individuele student. Dit advies kan het instellingsbestuur uitbrengen tot het moment waarop het propedeutisch examen met goed gevolg is afgelegd. Het instellingsbestuur kan pas een negatief bindend advies uitbrengen na het einde van het eerste jaar. Deze afwijzing kan slechts worden gegeven indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, niet geschikt wordt geacht voor de opleiding, doordat zijn/haar studieresultaten niet voldoen aan de vereisten vastgesteld door het bestuur. Echter voordat het instellingsbestuur tot afwijzing overgaat, moet het instellingsbestuur jou eerst een waarschuwing geven onder de bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten ten genoegen van het bestuur moeten zijn verbeterd. In ieder geval zal de student voor het uitbrengen van het advies in de gelegenheid moeten worden gesteld gehoord te worden.
Bij het horen kun de student uitleggen waarom hij/zij niet voldaan heeft aan de vereisten gesteld door het instellingsbestuur. Mocht de student dan toch een negatief bindend advies krijgen, dan kun je een bezwaarschrift schrijven. De termijn voor het indienen is zes weken nadat het besluit is bekend gemaakt. Dit bezwaar moet de student richten aan de instantie vermeld bij het besluit (meestal College van bestuur). Er zijn niet veel vormvereisten. De student kan gewoon in eigen taalgebruik formuleren waarom hij het niet eens is met het genomen besluit. In het bezwaarschrift zal je moeten ageren tegen de argumenten die worden aangevoerd in het negatief bindend studie-advies. Voor verdere informatie kan je ook je studiegids raadplegen.
4. Wat zijn de algemene toelatingseisen voor een universiteit en een hogeschool?
Om een WO opleiding te kunnen volgen, moet de student in het bezit zijn van een VWO diploma, of een HBO propedeuse. Om een HBO opleiding te volgen, moet je een VWO, HAVO of verwante (M)BO opleiding hebben afgerond. Een instelling mag mensen toelaten op grond van een toelatingsonderzoek als ze 21 jaar en ouder zijn (colloquium doctum). Verder zijn er mogelijkheden om met een buitenlands diploma te worden toegelaten.
5. Is een stage-overeenkomst een arbeidsovereenkomst?
Wetgeving omtrent stages is nauwelijks tot niet aanwezig. Hierin bestaat een zeer grote vrijheid voor de onderwijsinstelling en het stagebedrijf. Met betrekking tot stages is het wel zo dat de onderwijsinstelling de studeerbaarheid moet garanderen. Een stage wordt gezien als een leerproces. Een stage-overeenkomst kan in beginsel niet als arbeidsovereenkomst worden gekwalificeerd. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De naam die aan deze overeenkomst wordt gegeven is niet van belang. Een stage-overeenkomst voldoet niet aan een van deze voorwaarden, namelijk het verrichten van arbeid tegen loon. Een stagevergoeding zal in de regel niet worden gekwalificeerd als loon, maar als (onkosten)vergoeding. Derhalve is geen sprake van een arbeidsovereenkomst.
6. Heeft een student recht op een stagevergoeding?
Omtrent stages is weinig tot niets wettelijk geregeld. Een wettelijk recht op stagevergoeding bestaat evenmin. Over het algemeen wordt een stagevergoeding beschouwd als een onkostenvergoeding. Een dergelijke vergoeding zal overeengekomen moeten worden tussen de stagiaire en het stagebedrijf of de onderwijsinstelling en het stagebedrijf. Een stagevergoeding is aldus niet verplicht. Als deze desalniettemin is overeengekomen, zal eveneens omtrent de hoogte ervan een overeenkomst moeten worden gesloten. Een bepaald minimum geldt hier niet.
7. Moet een student belasting betalen over zijn stagevergoeding?
In de wet op de loonbelasting worden mensen die stage lopen gelijk gesteld met werknemers. De loonbelasting is een voorschot op de inkomstenbelasting. De student doet er in ieder geval verstandig aan een teruggave formulier van de belasting in te vullen, zodat hij (een deel van) de betaalde (loon)belasting terug kan krijgen.
8. In welke gevallen kan de inschrijving aan een onderwijsinstelling worden beëindigd?
Op verzoek van degene die is ingeschreven voor een opleiding aan een universiteit of hogeschool:
a. wordt de inschrijving voor het betreffende studiejaar door het instellingsbestuur
beëindigd met ingang van de maand volgend op die waarin het afsluitend examen
van de desbetreffende opleiding met goed gevolg is afgelegd;
b. wordt in geval van ziekte of bijzondere familie-omstandigheden, ter beoordeling
van het instellingsbestuur, de inschrijving voor het desbetreffende studiejaar door
het instellingsbestuur beëindigd met ingang van de maand volgend op de tweede
hele maand waarin betrokkene niet aan het onderwijs heeft kunnen deelnemen;
c. wordt de inschrijving tijdens het eerste jaar van inschrijving voor de
propedeutische fase van een bacheloropleiding of, indien die fase niet is
ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60
studiepunten (ECTS), door het instellingsbestuur beëindigd met ingang van de
tweede hele maand volgend op de maand waarin het bestuur het verzoek heeft
ontvangen;
d. wordt de inschrijving beëindigd met ingang van de eerste maand volgend op de
maand waarin het verzoek tot beëindiging van de inschrijving is ontvangen, indien
de student als gevolg van de inrichting van de opleiding wat betreft de
volgtijdelijkheid van praktische oefeningen alsmede de momenten waarop deze
gevolgd kunnen worden, gedurende enige tijd geen onderwijs kan volgen;
e. wordt ter beoordeling van het instellingsbestuur, de inschrijving voor het
desbetreffende studiejaar door het instellingsbestuur beëindigd met ingang van
de tweede maand volgend op de maand waarin betrokkene het verzoek heeft
gedaan.
9. Bachelor of master?
Het instellingsbestuur verleent de graad Bachelor en de graad Master aan degene die met goed gevolg het afsluitend examen van een bacheloropleiding in het wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs onderscheidenlijk het afsluitend examen van een masteropleiding in het wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs heeft afgelegd.
Afhankelijk van het vakgebied waarin het met goed gevolg afgelegde afsluitend examen van een bacheloropleiding of een masteropleiding is afgelegd, wordt aan de verleende graad toegevoegd ‘of arts’ dan wel ‘of science’.
10. Wat is de onderwijs- en examenregeling?
Het instellingsbestuur stelt voor elke door de instelling aangeboden opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling vast. De onderwijs- en examenregeling dient onder andere regelingen omtrent de volgende onderwerpen te bevatten:
a. de inhoud van de opleiding en van de daaraan verbonden examens;
b. de inhoud van de afstudeerrichtingen binnen de opleiding;
c. de kwaliteiten o het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student
zich bij beëindiging van de opleiding moet hebben verworven;
d. waarnodig, de inrichting van praktische oefeningen;
e. de studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende
onderwijsheden;
f. het aantal en de volgtijdelijkheid van de tentamens alsmede de momenten waarop
deze afgelegd kunnen worden;
g. de voltijdse, deeltijdse of duale inrichting van de opleiding;
h. waar nodig, de volgorde waarin, de tijdvakken waarbinnen en het aantal malen
per studiejaar dat de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de
tentamens en examens;
i. waar nodig, de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens,
behoudens de bevoegdheid van de examencommissie die geldigheidsduur te
verlengen;
j. of de tentamens mondeling, schriftelijk of op een andere wijze worden afgelegd,
behoudens de bevoegdheid van de examencommissie in bijzondere gevallen
anders te bepalen;
k. de wijze waarop lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studenten redelijkerwijs in
de gelegenheid worden gesteld de tentamens af te leggen;
l. de termijn waarbinnen de uitslag van een tentamen bekend wordt gemaakt
alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;
m. de wijze waarop en de termijn gedurende welke degene die een schriftelijk
tentamen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;
n. de wijze waarop en de termijn gedurende welke kennis genomen kan worden
van vragen en opdrachten, gesteld of gegeven in het kader van een schriftelijk
afgenomen tentamen, en van de normen aan de hand waarvan de beoordeling
heeft plaatsgevonden;
o. de gronden waarop de examencommissie voor eerder met goed gevolg
afgelegde tentamens of examens in het hoger onderwijs dan wel voor buiten het
hoger onderwijs opgedane kennis of vaardigheden, vrijstelling kan verlenen van
het afleggen van een of meer tentamens;
p. waar nodig, dat het met goed gevolg afgelegd hebben van tentamens
voorwaarde is voor de toelating tot het afleggen van andere tentamens;
q. waar nodig, de verplichting tot het deelnemen aan praktische oefeningen met het
oog op de toelating tot het afleggen van het desbetreffende tentamen, behoudens
de bevoegdheid van de examencommissie vrijstelling van die verplichting te
verlenen, al dan niet onder oplegging van vervangende eisen;
r. de bewaking van studievoortgang en de individuele studiebegeleiding.