Prestatiebeurs

De belangrijkste kenmerken van de prestatiebeurs zijn de volgende:

  1. Je krijgt prestatiebeurs in de vorm van gemengde studiefinanciering (met basisbeurs, eventuele aanvullende beurs en een vrijwillige lening) voor de nominale duur van je opleiding. Daarna heb je recht op 36 maanden leenfinanciering.\
  2. De prestatiebeurs is een voorwaardelijke lening. Dit wil zeggen dat het basisbeurs gedeelte in eerste instantie een lening is die later omgezet kan worden in een gift. Dit is afhankelijk van de behaalde studieresultaten. Al het geld is, vanaf het moment dat je het krijgt, een lopende lening. De rente bij de prestatiebeurs begint direct de eerste van de maand na het ontvangen van je maandelijkse studiefinanciering te lopen. 
  3. Als je binnen de diplomatermijn van tien jaar je diploma behaalt, wordt je prestatiebeurs omgezet in een gift. Deze omzetting vindt plaats in de maand januari nadat je je diploma hebt behaald. Je krijgt hierover eind januari een 'Bericht Prestatiebeurs' van DUO. Tot die tijd zal DUO je prestatiebeurs nog als 'voorlopige lening' aanhalen.
  4. Zolang je recht hebt op studiefinanciering, heb je ook recht op een reisvoorziening, nl. de studenten OV-chipkaart. Soms kun je in plaats van je student OV-chipkaart een vergoeding verkrijgen, bijvoorbeeld wanneer je in het buitenland studeert. Je verkrijgt echter geen vergoeding wanneer je er voor kiest je studenten OV-chipkaart niet activeert en hier dus geen gebruik van zult maken.

Aanvullende beurs
Iedere in- en uitwonende studiefinancieringgerechtigde heeft recht op de basisbeurs. Het recht op aanvullende beurs is afhankelijk van het inkomen van de ouders. In eerste instantie wordt gekeken naar het inkomen van de biologische ouders of de adoptieve ouders. Stief- en pleegouders spelen niet mee, tenzij er sprake is van adoptie. Het peiljaar is twee jaar voor het jaar van de aanvraag. Dus als je in 2010 aanvullende beurs hebt aangevraagd, wordt dat berekend aan de hand van het inkomen van de ouders in het jaar 2008. Ook het feit dat er andere studerende kinderen binnen het gezin zijn speelt mee.Per januari 2003 is op dit punt iets veranderd, waardoor studenten een korting op hun aanvullende beurs kunnen krijgen. Studenten die al in de leenfase van hun studie zijn beland tellen namelijk niet meer mee als ‘andere kinderen’. De broers en zussen van de student, die in de leenfase zit, zullen dus minder aanvullende beurs gaan ontvangen per 2003.

Verlegging van het Peiljaar
Als het inkomen van de ouders ineens achteruit gaat, kun je de DUO verzoeken om het peiljaar te verleggen naar het jaar van de inkomensachteruitgang. Indien de student al aanvullende beurs ontving, kun je met terugwerkende kracht meer aanvullende beurs krijgen. De DUO kent echter nooit aanvullende beurs met terugwerkende kracht toe, indien de student daarvoor eerder niet in aanmerking kwam. Vaak wordt op regiokantoren door Ib-groep medewerkers hieromtrent verkeerd advies gegeven, omdat vroeger wel aanvullende beurs met terugwerkende kracht werd toegekend. Indien een dergelijk foutieve en onzorgvuldige mededeling is gegeven en de student kan dit op de een of andere manier aantonen (vb. hij weet de naam van de betreffende medewerker en het tijdstip van het gesprek), kan hij proberen een beroep te doen op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft in het verleden dergelijke beroepen meestal gehonoreerd, zelfs toen het foutieve adviezen per telefoon betrof. De voorwaarden voor verlegging van het peiljaar zijn:
- Er moet een inkomensdaling van minimaal 15% zijn;
- Het moet een structurele inkomensdaling zijn, naar verwachting zeker 3 jaar.

Onhoudbare situaties met ouder(s)
Indien er een situatie is waarbij de student geen of schrijnend contact met de ouders heeft, kan de student indien hij aan bepaalde voorwaarden voldoet, toch aanvullende beurs ontvangen, zonder dat naar het inkomen van de ouders wordt gekeken. De situaties kunnen zijn:

  • Conflict
  • Vader heeft kind nooit erkend
  • Kind heeft vanaf twaalfde jaar geen contact met vader
  • Ouders zijn uit de ouderlijke macht ontzet/ ontheven

De DUO vraagt in deze situaties wel zeer vergaande bewijsstukken en in de meeste gevallen is het voor de student heel zwaar om aan deze bewijsstukken te komen. Er moeten namelijk verklaringen zijn van een onafhankelijke derde, bijvoorbeeld een arts of medewerker van het RIAGG, een verklaring van de student en een verklaring van de betreffende (moeilijke) ouder(!). Andere bewijsstukken zijn scheidingsakten, alimentatiestukken, geboorteakten en rechterlijke beslissingen.

Stoppen
Als je vóór 1 februari van het studiejaar waarin je voor het eerst de prestatiebeurs krijgt je studiefinanciering stopzet, hoef je de tot dan toe ontvangen prestatiebeurs niet terug te betalen. Het aantal studiepunten dat je tot 1 februari hebt gehaald is niet relevant. Je mag vanaf 1 februari tot het einde van dat studiejaar niet opnieuw een prestatiebeurs aanvragen. De tot februari ontvangen maanden tellen als verbruikte maanden studiefinanciering. Stop je voor 1 februari? Geef dan direct aan de DUO door dat je bent gestopt.

  
Disclaimer
Copyright 2007 ISO

Login