De regels voor hospitaverhuur zijn soepeler dan voor gewone huur. Dit heeft de wetgever gedaan om particuliere kamerverhuur te stimuleren.
De voorwaarden voor hospitakamers zijn:
1. niet een zelfstandige woning
2. deel van de woning waarin de verhuurder zijn hoofdverblijf heeft
3. waarin niet eerder aan dezelfde huurder woonruimte is verhuurd.
Voor hospitakamers gelden gedeeltelijk andere regels dan voor ‘gewone’ huur en verhuur van kamers. De hospita kan bijvoorbeeld binnen de eerste negen maanden de huurovereenkomst opzeggen zonder opgave van een (geldige) reden. Wel moet de hospita de opzegtermijn van drie maanden in acht nemen. Huurders van hospitakamers hebben aldus de eerste negen maanden eigenlijk geen huurbescherming. Na deze zogenaamde proefperiode geldt voor de huurder vrijwel dezelfde huurbescherming als voor andere kamerhuurders. Dan moet de hospita gegronde redenen hebben om de huur op te zeggen. De huurovereenkomst kan slechts buiten de wil van de huurder worden beëindigd door tussenkomst van de rechter. Na de proefperiode van een hospitahuurcontract geldt wel een extra reden voor opzegging, namelijk als de belangen van de verhuurder om de huurovereenkomst te beëindigen zwaarder wegen dan de belangen van de huurder om die voort te zetten.
Een verhuurder die al eerder als hospita een huurder in zijn woning heeft gehad, kan niet opnieuw gebruik maken van de proeftijdregeling bij dezelfde huurder!
De inkomsten van hospitakamers voor verhuurders zijn vrij van inkomstenbelasting tot een vastgesteld maximumbedrag. Voor 2011 is dit maximumbedrag € 4333,-. Voor 2010 was dit bedrag € 4262,-.