Minister Plasterk wil de mogelijkheden tot het geven van een Bindend Studie Advies (BSA) in het hoger onderwijs verruimen. Op dit moment mogen hogescholen en universiteiten alleen in het eerste jaar van een opleiding een BSA geven aan studenten. Een BSA kan negatief uitvallen voor een student met gevolg dat hij van de opleiding wordt verwijderd. Een dergelijk advies wordt gegeven wanneer een minimum aantal punten niet gehaald wordt. De minister vindt dat een opleiding ook een BSA in het tweede of derde jaar zou mogen geven. Deze gedachte staat volgens het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) haaks op de voornemens voor groter studiesucces en minder uitval in het hoger onderwijs. ISO-voorzitter Bastiaan Verweij: ‘’Studenten in hun tweede of derde jaar van het programma te weigeren om verder te studeren is pedagogisch en op lange termijn ook economisch onverantwoord en onwenselijk.’’
Het plan van de minister staat beschreven in de strategische agenda van het hoger onderwijs. Deze agenda met de meerjarenvisie van de minister op het hoger onderwijs wordt maandag 10 december besproken in de Tweede Kamer. Het ISO is fel tegen de voornemens van de minister om de algemene collegegelden en eventueel de mastergelden te verhogen en het verstrekken van het BSA te verruimen. Toch is het ISO niet overwegend negatief over de beleidsvoornemens van de minister. Bastiaan Verweij: ’Wij willen graag op een constructieve wijze de dialoog met de minister aangaan. De strategische agenda biedt hier voldoende aanleiding toe.’
Op zowel bekostiging als accreditatie volgt de minister het onderwijsveld, dat zelf met een akkoord is gekomen. Het vertrouwen dat de minister in het veld heeft, wordt door het ISO gewaardeerd. Tenslotte is het ISO blij met de algemene koers die deze minister wil gaan varen: er moet meer aandacht zijn voor kwaliteit, meer bevolkingsgroepen moeten gaan participeren in het hoger onderwijs en de uitval moet worden teruggedrongen. Bastiaan Verweij: ‘’ Het is nu aan het departement om deze voornemens om te zetten in concreet beleid waarmee er echt iets kan gaan veranderen. Alleen op deze manier kunnen de ambitieuze doelen die in deze agenda worden gesteld, in 2012 worden bereikt.’